Naar hoofdinhoud

Artikel 2

Hoofdlijn

Onderdeel van Circulaire externe veiligheid LNG-tankstations· Ruimtelijke ordening en milieu

Deze tekst geldt sinds 4 februari 2015

Met deze circulaire wordt het bevoegd gezag voor milieu en voor ruimtelijke ordening verzocht om bij de beoordeling van aanvragen om omgevingsvergunningen voor milieu voor LNG-tankstations en het nemen van ruimtelijke ordeningsbesluiten voor gebieden in de omgeving van een LNG-tankstation, het in deze circulaire neergelegde beleid te hanteren. Het beleid houdt kort gezegd in: Voor het plaatsgebonden risico en het groepsrisico4Ook wel PR en GR. Voor een definitie van deze begrippen wordt naar het Bevi verwezen. worden de waarden en de systematiek uit het Bevi aangehouden. De risico’s van LNG-tankstations worden berekend met de rekenmethodiek LNG-tankstations5zie: http://www.rivm.nl/Documenten_en_publicaties/Professioneel_Praktisch/Protocollen/Milieu_Leefomgeving/Externe_Veiligheid/Concept_rekenmethodiek_LNG_tankstations. Als eerste aanvulling op de systematiek uit het Bevi wordt een minimumafstand van 50 meter gehanteerd tot (beperkt) kwetsbare objecten. Als tweede aanvulling op de systematiek uit het Bevi krijgen effectafstanden een rol. Bij deze circulaire vindt u een toelichting waarin de hier genoemde hoofdlijn nader uitgewerkt is. Ik vertrouw erop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd.

Rechtspraak bij dit artikel