Naar hoofdinhoud
1. De directeur-generaal van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu wordt ten aanzien van het ingeperkt gebruik mandaat verleend tot: het nemen van alle tot de bevoegdheid van de Minister van Infrastructuur en Milieu behorende besluiten ter uitvoering van titel 2.2 en 2.3 van het Besluit en hoofdstuk 2 van de Regeling; het nemen van besluiten omtrent intrekking van een vergunning, bedoeld in artikel 9.2.2.3, zesde lid, van de Wet milieubeheer; 2. Van het mandaat, bedoeld in het eerste lid, zijn uitgezonderd: het vaststellen van beleidsregels; en het nemen van besluiten met betrekking tot ingeperkt gebruik op inperkingsniveau IV als bedoeld in artikel 1.5 van het Besluit.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel