**1.** Uiterlijk op de eerste werkdag in oktober van het jaar t+1 stelt het Zorginstituut de vergoeding voor de kosten van verstrekkingen en vergoedingen voorlopig vast.
**2.** Voor de toepassing van het eerste lid gaat het Zorginstituut voor de kosten van verstrekkingen en vergoedingen ingevolge de Wlz voor de Wlz-uitvoerder uit van de som van:
het saldo van de kosten van rechtstreeks met het Flz te verrekenen kosten en opbrengsten van zorgaanspraken die de Wlz-uitvoerder aan het Zorginstituut voor het jaar t opgeeft;
de door de Wlz-uitvoerder over het jaar t opgegeven rentebaten.
**3.** Voor de toepassing van het eerste lid gaat het Zorginstituut voor de kosten van verstrekkingen en vergoedingen ingevolge de Wlz voor het zorgkantoor uit van de som van:
het saldo van de kosten van rechtstreeks met het Flz te verrekenen kosten en opbrengsten van zorgaanspraken die het zorgkantoor aan het Zorginstituut voor het jaar t opgeeft;
de nagekomen opbrengsten van eigen bijdragen in het kader van de bijzondere ziektekostenverzekering.
**4.** Het Zorginstituut keert de voorlopig vastgestelde vergoeding voor de kosten van verstrekkingen en vergoedingen, bedoeld in artikel 4.2 Besluit Wfsv, uit onder verrekening van de in jaar t verstrekte voorschotten, bedoeld in artikel 4.
Artikel 6
De voorlopige vaststelling en uitkering van de vergoeding van kosten van verstrekkingen en vergoedingen
Onderdeel van Regeling voorschotverlening op uitkeringen en vergoedingen Wlz 2015· Gezondheidsrecht en farmaceutisch recht
Deze tekst geldt sinds 7 maart 2015