Naast de hiervoor in paragraaf 3 genoemde handhavingsinstrumenten (normoverdragend gesprek en de waarschuwingsbrief) beschikt DNB over wettelijke handhavingsinstrumenten te weten de last onder dwangsom en de bestuurlijke boete.
In alle gevallen geldt dat de handhavingsinstrumenten kunnen of moeten worden ingezet ten behoeve van de naleving van de normen en het doel van de wet- en regelgeving. Naast of in plaats van de inzet van deze handhavingsinstrumenten bestaat in vele gevallen ook de mogelijkheid om van een overtreding aangifte te doen bij het Openbaar Ministerie (OM), zoals hierna beschreven onder a.
Bij de beoordeling die ten grondslag ligt aan de inzet van handhavingsinstrumenten worden alle relevante feiten en af te wegen belangen betrokken. Tegen de achtergrond van de in paragraaf 4 geformuleerde uitgangspunten kan op voorhand een aantal factoren worden genoemd dat daarbij van belang kan zijn. Dit zijn de volgende.
In de regel treedt DNB zelf bestuursrechtelijk op tegen geconstateerde overtredingen van wet- en regelgeving. In een aantal gevallen wordt echter (ook) aangifte bij het OM overwogen. Er vindt dan tevoren afstemming plaats met de FIOD en het OM/Functioneel Parket. Een besluit wordt genomen op basis van een afweging waarbij onder meer de complexiteit van de overtreding, de noodzaak tot inzet van strafrechtelijke (dwang) middelen, de samenloop met commune delicten, de verwijtbaarheid, maatschappelijke onrust en het te verwachten effect van bestuursrechtelijke dan wel strafrechtelijke afdoening worden beoordeeld. Wanneer de Toezichthouders recirculatie munten en/of DNB het vermoeden hebben van serieuze bijkomende commune delicten, zal DNB in beginsel aangifte doen van zowel de geconstateerde overtreding van de wet- en regelgeving als van de vermoede commune delicten. Onder omstandigheden kan echter worden gekozen voor het splitsen van een zaak in een bestuursrechtelijk deel en een strafrechtelijk deel.
Indien de geconstateerde overtreding nog voortduurt, is het handhavend optreden in ieder geval gericht op het beëindigen van de overtreding en herstel van het naleven van de norm. Daarnaast beziet DNB of er aanleiding is om de overtreder een bestuurlijke boete op te leggen. Een bestuurlijke boete heeft niet alleen een straffende werking, maar daarvan gaat – algemeen gesproken – ook een generaal en speciaal preventief effect uit, waardoor overtredingen in de toekomst kunnen worden voorkomen.
Bij de keuze voor de inzet van een handhavingsinstrument in een concrete zaak houdt DNB rekening met alle relevante omstandigheden van het geval en wegen zij de rechtstreeks bij het besluit betrokken belangen af (zie paragraaf 4.e).
Meer specifiek betekent dit dat DNB bij haar beoordeling onder meer betrekt, indien en voor zover in het concrete geval van toepassing:
of sprake is van recidive;-in welke mate de overtreding verwijtbaar is;
in welke mate door de overtreding derden zijn benadeeld en, zo ja, of zij door de overtreder uit eigen beweging zijn gecompenseerd;
in welke mate de overtreder door de overtreding voordeel heeft verkregen;
of de overtreder uit eigen beweging de overtreding heeft beëindigd;
wat de duur van de overtreding is geweest;
in hoeverre de overtreder medewerking heeft verleend aan het onderzoek;
wat de financiële draagkracht van de overtreder is;
wat het economisch effect van de toezichtmaatregel op de overtreder is;
of de overtreding heeft geleid tot marktverstoring;
of door de overtreding het vertrouwen in de eurobankbiljetten is geschaad.
Deze opsomming van factoren is niet uitputtend en de weging van de genoemde factoren kan van geval tot geval verschillen.
Artikel 5
Inzet van handhavingsinstrumenten
Onderdeel van Beleidsregel handhaving toezicht recirculatie munten· Bank- en effectenrecht, financiering
Deze tekst geldt sinds 18 maart 2015