De groepen, bedoeld in artikel 11.1.1, zesde lid, van de Wet langdurige zorg worden in de artikelen 3 tot en met 8 van deze regeling omschreven, met dien verstande dat tot de daar bedoelde groepen niet behoren:
verzekerden die krachtens hun indicatiebesluit zijn aangewezen op verblijf of voortgezet verblijf,
verzekerden in wier indicatiebesluit het hebben van een psychiatrische aandoening of beperking als dominante grondslag voor de geïndiceerde zorg wordt genoemd,
verzekerden die krachtens hun indicatiebesluit tevens zijn aangewezen op ADL-assistentie of op verpleging, persoonlijke verzorging of begeleiding in verband met palliatief terminale zorg,
verzekerden jonger dan vijf jaar die krachtens hun indicatiebesluit zijn aangewezen op intensieve kindzorg of op verpleging in verband met een behoefte aan thuisbeademing,
verzekerden van vijf jaar of ouder maar jonger dan twintig jaar die krachtens hun indicatiebesluit zijn aangewezen op intensieve kindzorg, tenzij zij tevens zijn aangewezen op zorg in verband met een verstandelijke handicap, en
verzekerden van vijf jaar of ouder maar jonger dan achttien jaar die krachtens hun indicatiebesluit zijn aangewezen op verpleging in verband met een behoefte aan thuisbeademing, tenzij zij tevens zijn aangewezen op zorg in verband met een verstandelijke handicap.
Artikel 2
Artikel 2
Onderdeel van Regeling Wlz-indiceerbaren· Gezondheidsrecht en farmaceutisch recht
Deze tekst geldt sinds 19 maart 2015