Ik zal daarom een overdracht van meer dan 10% van het aantal woningen van een corporatie aan een dochtermaatschappij, door middel van splitsing dan wel verkoop, alleen goedkeuren indien:
Het gehele niet-daeb-bezit wordt overgedragen en daarnaast in beginsel tot maximaal 10% van het daeb-bezit aan te liberaliseren woningen worden overgedragen;
Maximaal 60% van de koopsom wordt betaald via aandelenkapitaal. Een eventuele lening dient op marktconforme rentecondities te worden verstrekt en in 15 jaar lineair of annuïtair afgelost te worden. De corporatie dient ten behoeve van de beoordeling van de financiële toezichthouder inzichtelijk te maken dat er voldoende zekerheid is dat de lening van de toegelaten instelling aan de dochter wordt afgelost. De corporatie kan daartoe zekerheid in de vorm van hypotheekrecht vestigen. De corporatie mag zich verder niet garant stellen voor door de dochter aan te trekken leningen.
Afwijking van bovenstaande voorwaarden zal alleen worden toegestaan, indien en tot zover als de toezichthouder dit noodzakelijk acht om te komen tot een levensvatbare dochtermaatschappij.
Naast deze specifieke voorwaarden voor overdracht aan dochters blijven de huidige regels ten aanzien van verkoop en statutenwijzigingen van toepassing.
Voor de overdracht aan dochtermaatschappijen van minder dan 10% van het bezit biedt de MG2013-02 al voldoende waarborgen voor het belang van de volkshuisvesting.
Artikel 2
Voorwaarden voor overdracht.
Onderdeel van Overdracht woningen aan dochtermaatschappijen, Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties· Wonen, onroerend goed, bouwrecht
Deze tekst geldt sinds 20 maart 2015