Een aanvraag voor het recht tot examinering van een beroepsopleiding door een exameninstelling, die nog niet beschikt over een Brinnummer voor crebo, moet worden ingediend met het formulier ‘Aanvraag registratie nieuwe exameninstelling procedure 1’. Dit formulier vindt u op de internetsite van DUO (www.ocwduo.nl) onder Zakelijk, Klantenservice, Formulieren (voor BVE).
In bovengenoemd formulier is bij 6. “Ondertekening” een standaardformulering opgenomen waarmee het bevoegd gezag verklaart:
te zullen voldoen aan de regels, zoals beschreven in hoofdstuk 7 van de Web voor zover het betreft de examinering, en ook aan de voorschriften met betrekking tot de kwaliteitszorg, zoals neergelegd in artikel 1.3.6 van de Web;
dat er een commissie van beroep is ingesteld, dan wel zal worden ingesteld, die voldoet aan de voorwaarden als gesteld bij artikel 7.5.1 van de Web;
dat er geen juridisch of persoonlijk verband is met een onderwijsinstelling;
dat er een rechtsgeldig document wordt verstrekt als een derde partij deze aanvraag doet.
Per opleiding dient op dit aanvraagformulier het recht tot examinering te worden aangevraagd. Een aanvraagformulier kan dus de aanvraag voor examinering van meerdere opleidingen bevatten. Wel dienen in dat geval per opleiding de benodigde gegevens te worden ingezonden.
Bij dit aanvraagformulier moeten altijd de gegevens, genoemd in onderstaande paragraaf 1.2, worden gevoegd. Omdat de beoogde exameninstelling nog niet beschikt over een Brinnummer dient ook een uittreksel van de Kamer van Koophandel en de getekende notariële akte van oprichting van de rechtspersoon die de exameninstelling in stand houdt te worden overgelegd. Zonder deze gegevens is de aanvraag niet compleet.
De aanvraag moet vergezeld van alle bijlagen bij voorkeur digitaal op USB stick worden gezonden aan:
DUO/OND/ODS
Postbus 606
2700 ML Zoetermeer
De aanvrager zal in de gelegenheid gesteld worden om binnen twee weken de benodigde aanvullende gegevens in te dienen bij DUO. Wanneer de aanvullende gegevens niet binnen deze twee weken door DUO zijn ontvangen wordt de aanvraag afgewezen. Hierover krijgt de instelling van DUO zo spoedig mogelijk maar uiterlijk binnen vier weken bericht. Ontbreken gegevens met betrekking tot (een) bepaalde opleiding(en) en worden de ontbrekende gegevens niet binnen de gestelde termijn aangeleverd, dan wordt de aanvraag voor wat betreft die opleidingen afgewezen. De aanvraag voor de opleiding(en) waarvan alle benodigde gegevens wel zijn ontvangen, zal in behandeling worden genomen
Een complete aanvraag wordt door DUO ter beoordeling voorgelegd aan de Inspectie. Deze integrale beoordeling houdt in dat de Inspectie de aanvraag toetst op de kwalitatieve aspecten in de praktijk door middel van kwaliteitsonderzoeken. Daarnaast weegt de Inspectie – indien van toepassing – eerdere ervaringen met rechtsvoorgangers van de instelling of het bevoegd gezag daarvan in haar beoordeling mee. De Inspectie brengt op basis van deze onderzoeken een advies aan DUO uit. Kwaliteitsonderzoeken kunnen zowel dossieronderzoeken zijn als onderzoeken bij de exameninstelling, ook als de exameninstelling nog geen examinering verzorgt. Indien een onderzoek op locatie plaatsvindt zal de Inspectie het bevoegd gezag hiervan zo spoedig mogelijk in kennis brengen. Na ontvangst van het advies beslist DUO vervolgens op de aanvraag.
Wanneer de aanvraag door een derde namens het bevoegd gezag van een exameninstelling wordt gedaan, moet een rechtsgeldige machtiging bij de aanvraag worden overgelegd. De correspondentie wordt in dat geval verder gevoerd met die derde.
Binnen drie maanden na ontvangst van de complete aanvraag kunt u een besluit tegemoet zien. Wanneer DUO de aanvraag niet binnen deze wettelijke termijn kan afhandelen, kan deze termijn worden verlengd. DUO stelt u hiervan vóór het aflopen van de genoemde termijn op de hoogte, onder vermelding van de termijn waarbinnen u de beschikking tegemoet kunt zien.
Bij een aanvraag tot examinering moeten in ieder geval die gegevens ingezonden worden waaruit blijkt dat de examinering van voldoende kwaliteit is, of zal zijn, en dat wordt voldaan aan de voorwaarde van artikel 1.6.1. van de Web.
De in dit artikel genoemde voorwaarde houdt in dat in acht genomen moeten worden de wettelijke bepalingen ten aanzien van:
de kwaliteitszorg, voor zover het betreft de examinering bedoeld in artikel 1.3.6 van de Web;
de examens ingevolge hoofdstuk 7, artikelen 7.4.1 t/m 7.4.5 van de Web;
de rechtsbescherming van de deelnemers, ingevolge hoofdstuk 7, artikel 7.4.9 van de Web.
Bij de aanvraag moet worden gevoegd:
een beschrijving van het stelsel van kwaliteitszorg, (artikel 1.3.6, Web, zie ook onder punt 1.3 beschrijving stelsel kwaliteitszorg);
In de beschrijving van het stelsel van kwaliteitszorg moet in ieder geval worden aangegeven:
op de examinering van welke opleidingen het stelsel van toepassing zal zijn en welke methoden van kwaliteitszorg zullen worden gehanteerd;
de deskundigheid van het personeel dat bij de examinering is betrokken;
op welke wijze onafhankelijke deskundigen worden betrokken bij de regelmatige beoordeling van de kwaliteit van de examinering, welke werkzaamheden deze verrichten en hoe vaak die zullen worden ingeschakeld;
de wijze waarop het kwaliteitszorgstelsel regelmatig zal worden geëvalueerd door onafhankelijke deskundigen en belanghebbenden, alsmede van de wijze waarop het bevoegd gezag jaarlijks verslag doet van de uitkomsten van die beoordelingen door deze deskundigen en van het in het licht van die uitkomsten voorgenomen beleid, een en ander conform het bepaalde bij artikel 1.3.6, tweede lid, van de Web.
een beschrijving van de examens, volgens artikel 7.4.9. en artikel 7.5, Web;
Deze beschrijving bevat in ieder geval de inrichting van het examenprogramma met daarbij een overzicht van de kwalificerende toetsing, een beschrijving van het examenproces, het examenreglement en een beschrijving van de inrichting en werkwijze van de commissie van beroep voor de examens met de namen en contactgegevens van de leden.
een document met betrekking tot de rechtsbescherming van de deelnemers, conform artikel 7.4.9 van de Web.
Een aanvraag voor het recht tot examinering van instellingen die al beschikken over een Brinnummer voor Crebo kan worden ingediend met het formulier ‘Aanvraag registratie bestaande exameninstelling procedure 2’. Dit formulier is te vinden op de internetsite van DUO (www.ocwduo.nl) onder Zakelijk, Klantenservice, Formulieren (voor BVE).
In bovengenoemd formulier is bij 6. “Ondertekening” een standaardformulering opgenomen waarmee het bevoegd gezag verklaart:
te zullen voldoen aan de regels, zoals beschreven in hoofdstuk 7 van de Web voor zover het betreft de examinering, en ook aan de voorschriften met betrekking tot de kwaliteitszorg, zoals neergelegd in artikel 1.3.6 van de Web;
dat er een commissie van beroep is ingesteld, of zal worden ingesteld, die voldoet aan de voorwaarden als gesteld bij artikel 7.5.1 van de Web;
dat er geen juridisch of persoonlijk verband is met een onderwijsinstelling.
Exameninstellingen die voor andere opleidingen dan de opleidingen die voor hun instelling al in het crebo staan geregistreerd, het examen willen verzorgen, dienen dus voor die nog niet geregistreerde opleiding(en) een aanvraag in te dienen om het recht tot examinering te verkrijgen.
De aanvraag moet vergezeld van alle bijlagen bij voorkeur digitaal op USB stick worden gezonden aan:
DUO/OND/ODS
Postbus 606
2700 ML Zoetermeer
De aanvrager zal in de gelegenheid gesteld worden om binnen twee weken de benodigde aanvullende gegevens in te dienen bij DUO. Wanneer de aanvullende gegevens niet binnen deze twee weken door DUO zijn ontvangen wordt de aanvraag afgewezen. Hierover krijgt de instelling van DUO zo spoedig mogelijk maar uiterlijk binnen vier weken bericht. Ontbreken gegevens met betrekking tot (een) bepaalde opleiding(en) en worden de ontbrekende gegevens niet binnen de gestelde termijn aangeleverd, dan wordt de aanvraag voor wat betreft die opleidingen afgewezen. De aanvraag voor de opleiding(en) waarvan alle benodigde gegevens wel zijn ontvangen, zal in behandeling worden genomen.
Om te borgen dat de kwaliteit van de examinering van de betreffende opleiding van een voldoende niveau is voert de Inspectie in samenwerking met DUO een risicoanalyse uit door middel van een marginale toetsing. Aan de hand van deze risicoanalyse wordt dan bekeken of een integrale toetsing noodzakelijk is en indien dit het geval is, welke gegevens nog nodig zijn om op zorgvuldige wijze te kunnen besluiten over de aanvraag.
De marginale toetsing zal onder meer aan de hand van de volgende vragen plaatsvinden:
Is de examinering al eerder erkend geweest bij de instelling of diens rechtsvoorganger?
Is de afgelopen 6 maanden het recht tot examinering aangevraagd voor meer dan 10 opleidingen? Daarbij worden meegeteld de opleidingen in de huidige aanvraag. Niet worden meegeteld de opleidingen waarvoor al voor de inwerkingtreding van de beroepsgerichte kwalificatiestructuur erkenning is verkregen en waarvan de examinering daadwerkelijk wordt verzorgd.
Wordt de examinering van de opleidingen waarvoor het recht tot examinering is verkregen voor inwerkingtreding van de beroepsgerichte kwalificatiestructuur ook werkelijk verzorgd door de instelling?
Worden er op basis van toezichthistorie (eerdere Inspectieonderzoeken, waarin is geconstateerd zwakke en zeer zwakke opleidingen of niet voldoen aan wettelijke bepalingen en ook signaleringen) door de Inspectie risico’s verwacht?
Zijn er klachten over de exameninstelling bekend?
Wanneer uit de risicoanalyse blijkt dat aanvulling van de aanvraag niet nodig is, wordt op basis van het ingevulde aanvraagformulier besloten over het gevraagde recht op examinering.
Wanneer uit de marginale toetsing blijkt dat een integrale beoordeling nodig is wordt bezien welke aanvullende gegevens noodzakelijk zijn voor de beoordeling van de aanvraag. Indien aanvullende gegevens noodzakelijk zijn ontvangt de aanvrager binnen twee weken daarover bericht. De volgende gegevens kunnen worden opgevraagd:
een beschrijving van het stelsel van kwaliteitszorg, (artikel 1.3.6, Web);
In de beschrijving van het stelsel van kwaliteitszorg (artikel 1.3.6 van de Web) moet in ieder geval worden aangegeven:
op de examinering van welke opleidingen het stelsel van toepassing zal zijn en welke methoden van kwaliteitszorg zullen worden gehanteerd;
de deskundigheid van het personeel dat bij de examinering is betrokken;
op welke wijze onafhankelijke deskundigen worden betrokken bij de regelmatige beoordeling van de kwaliteit van de examinering, welke werkzaamheden deze verrichten en hoe vaak die zullen worden ingeschakeld;
de wijze waarop het kwaliteitszorgstelsel regelmatig zal worden geëvalueerd door onafhankelijke deskundigen en belanghebbenden, en ook van de manier waarop het bevoegd gezag jaarlijks verslag doet van de uitkomsten van die beoordelingen door deze deskundigen en van het in het licht van die uitkomsten voorgenomen beleid, een en ander volgens het bepaalde bij artikel 1.3.6, tweede lid, van de Web.
een beschrijving van de examens, (artikel 7.4.9. en 7.5, Web).
Deze beschrijving bevat in ieder geval de inrichting van het examenprogramma met daarbij een overzicht van de kwalificerende toetsing, een beschrijving van het examenproces, het examenreglement; en een beschrijving van de inrichting en werkwijze van de commissie van beroep voor de examens met de namen en contactgegevens van de leden.
een document met betrekking tot de rechtsbescherming van de deelnemers, conform artikel 7.4.9 van de Web.
De (aangevulde) complete aanvraag wordt ter beoordeling voorgelegd aan de Inspectie. Deze (integrale) beoordeling houdt in dat de aanvraag door de Inspectie wordt getoetst op de kwalitatieve aspecten in de praktijk door middel van kwaliteitstoetsen. Daarbij neemt de Inspectie – wanneer van toepassing – eerdere ervaringen met rechtsvoorgangers van de exameninstelling in haar beoordeling mee. De Inspectie brengt op basis van deze onderzoeken een advies aan DUO uit. De onderzoeken kunnen zowel dossieronderzoeken zijn als onderzoeken bij de exameninstelling. DUO beslist vervolgens op de aanvraag.
Wanneer de aanvraag door een derde namens het bevoegd gezag van een exameninstelling wordt gedaan moet een rechtsgeldige machtiging bij de aanvraag worden overgelegd. De correspondentie wordt in dat geval verder gevoerd met die derde.
Binnen drie maanden na ontvangst van de complete aanvraag kan een besluit tegemoet worden gezien. Wanneer DUO de aanvraag niet binnen deze wettelijke termijn kan afhandelen, kan deze termijn worden verlengd. DUO stelt de instelling hiervan vóór het aflopen van de genoemde termijn op de hoogte, onder vermelding van de termijn waarbinnen de beschikking tegemoet gezien kan worden.
Een bestuursorgaan verstrekt bij de uitvoering van zijn taak informatie overeenkomstig de Wet openbaarheid van bestuur (s) en gaat daarbij uit van het algemeen belang van openbaarheid van informatie. Een ieder kan bovendien een verzoek om informatie, neergelegd in documenten over een bestuurlijke aangelegenheid, richten tot een bestuursorgaan of een onder verantwoordelijkheid van een bestuursorgaan werkzame instelling, dienst of bedrijf. Het verzoek hoeft niet gemotiveerd te zijn.
De gegevens die bij DUO worden ingediend in het kader van een aanvraag vallen onder de Wob. Dit houdt in dat DUO deze gegevens – indien daarom verzocht zou worden – openbaar moet maken, met uitzondering van de situaties bedoeld in artikel 10 van de Wob. Alvorens over te gaan tot openbaarmaking wordt de instelling altijd in de gelegenheid gesteld een reactie te geven op de openbaarmaking en wordt aan de hand van deze reactie bezien of openbaarmaking aan de orde is.
Artikel II
Aanvraagprocedures
Onderdeel van Aanvraagprocedure exameninstellingen betreffende recht op examinering mbo 2015· Onderwijsrecht
Deze tekst geldt sinds 17 maart 2015