Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1b › § 1b.1

Artikel 1b:2

Ontheffing uitleenverbod

Onderdeel van Besluit allocatie arbeidskrachten door intermediairs· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht

Deze tekst geldt sinds 1 januari 2027

1. Voor de toepassing van artikel 12e, eerste lid, van de wet wordt verstaan onder: loon: het loon LB/PH in de loonaangifte; twaalf maanden: het kalenderjaar voorafgaand aan het kalenderjaar waarin de ontheffing is aangevraagd. 2. Aan de voorwaarde, bedoeld in artikel 12e, eerste lid, onderdeel a, van de wet wordt voldaan indien in elk aangiftetijdvak binnen de periode van twaalf maanden loon is uitbetaald. 3. De totale omzet, bedoeld in artikel 12e, eerste lid, onderdeel b, van de wet, wordt vastgesteld op basis van: de netto-omzet en overige bedrijfsopbrengsten, zoals opgenomen in een de door een accountant gecontroleerde jaarrekening, indien op de rechtspersoon Afdeling 9 van Titel 9 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek van toepassing is, dan wel indien de rechtspersoon of onderneming vrijwillig over een door een accountant gecontroleerde jaarrekening beschikt; of de omzet, met uitzondering van de omzet privégebruik en de omzet installatie- en afstandsverkopen, zoals opgenomen in de aangifte van de omzetbelasting, indien het bepaalde onder a niet op de onderneming of rechtspersoon van toepassing is. 4. De volgende gegevens worden bij de aanvraag tot verlening van een ontheffing en vervolgens vanaf het kalenderjaar volgend op het kalenderjaar waarin de ontheffing is aangevraagd jaarlijks voor 1 november aan Onze Minister verstrekt: een verklaring dat de rechtspersoon of onderneming over een periode van twaalf maanden telkens loon heeft uitbetaald; een verklaring dat de rechtspersoon of onderneming geen werkgever is als bedoeld in artikel 690 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek; de totale omzet; de omzet van het ter beschikking stellen van arbeidskrachten, zoals opgenomen in de administratie van de rechtspersoon of onderneming; het percentage van de omzet van het ter beschikking stellen van arbeidskrachten, bedoeld in onderdeel b, van de totale omzet, bedoeld in onderdeel a; en een beoordelingsverklaring van een accountant betreffende de gegevens, bedoeld in de onderdelen a tot en met e. 5. De gegevens, bedoeld in het vierde lid, met uitzondering van onderdeel b, hebben betrekking op het kalenderjaar voorafgaand aan het kalenderjaar waarin de ontheffing is aangevraagd dan wel voorafgaand aan het kalenderjaar waarin de jaarlijkse gegevensverstrekking plaatsvindt. 6. Voor de behandeling van een aanvraag tot ontheffing en het in stand houden van de ontheffing is de aanvrager een vergoeding verschuldigd aan Onze Minister. 7. Het bedrag, genoemd in artikel 12e, eerste lid, onderdeel b, van de wet, wordt per 1 januari van elk kalenderjaar bij ministeriële regeling gewijzigd overeenkomstig de tabelcorrectiefactor, bedoeld in artikel 10.2 van de Wet inkomstenbelasting 2001. Bedoelde indexering vindt voor het eerst plaats op 1 januari 2028. 8. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld over het tweede tot en met zesde lid. Deze regels hebben in ieder geval betrekking op: de inrichting en de uitvoering van de beoordeling door de accountant van de gegevens, bedoeld in het vijfde lid; de maximale hoogte van de vergoeding die de rechtspersoon of onderneming voor de behandeling van een aanvraag om een ontheffing en het behouden van de ontheffing verschuldigd is aan Onze Minister.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel