**1.** Het Zorginstituut herberekent het normatieve bedrag 2015 voorlopig als de som van het voorlopige herberekende deelbedrag variabele zorgkosten 2015, het voorlopige herberekende deelbedrag vaste zorgkosten 2015, het voorlopig herberekende deelbedrag verpleging en verzorging 2015 en het voorlopig herberekende deelbedrag geneeskundige geestelijke gezondheidszorg 2015.
**2.** Voor de toepassing van artikel 3.17 van het Besluit zorgverzekering:
bepaalt het Zorginstituut per zorgverzekeraar het verschil tussen het voorlopige herberekende deelbedrag kosten van verpleging en verzorging 2015, bedoeld in artikel 20, achtste lid, en de kosten van verpleging en verzorging 2015, bedoeld in artikel 20, eerste lid en deelt dit verschil door het aantal verzekerden van achttien jaar en ouder waarop artikel 24 van de wet niet van toepassing is, dat bij die zorgverzekeraar is ingeschreven;
berekent het Zorginstituut het gemiddelde marktresultaat voor het deelbedrag verpleging en verzorging. Het Zorginstituut berekent het gemiddelde marktresultaat door voor het totaal van de zorgverzekeraars het verschil tussen het herberekende normatieve bedrag kosten van verpleging en verzorging zorg bedoeld in artikel 20, derde lid, en de kosten van verpleging en verzorging 2015, bedoeld in artikel 20, eerste lid, te delen door het aantal verzekerden van achttien jaar en ouder waarop artikel 24 van de wet niet van toepassing is;
indien het verschil tussen het in onderdeel a bepaalde bedrag en het gemiddelde marktresultaat groter is dan € 5,– per verzekerde van achttien jaar en ouder waarop artikel 24 van de wet niet van toepassing is, dan trekt het Zorginstituut 95 procent van het meerdere af van het normatieve bedrag 2015;
indien het verschil tussen het in onderdeel a bepaalde bedrag en het gemiddelde marktresultaat kleiner is dan € -5,00 per verzekerde van achttien jaar en ouder waarop artikel 24 van de wet niet van toepassing is, dan voegt het Zorginstituut 95 procent van het verschil toe aan het normatieve bedrag 2015.
**3.** Voor de toepassing van artikel 3.17 van het Besluit zorgverzekering:
bepaalt het Zorginstituut per zorgverzekeraar het verschil tussen het voorlopige herberekende deelbedrag kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg 2015, bedoeld in artikel 21, negende lid, en de kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg 2015, bedoeld in artikel 21, eerste lid, en deelt dit verschil door het aantal verzekerden van achttien jaar en ouder waarop artikel 24 van de wet niet van toepassing is, dat bij die zorgverzekeraar is ingeschreven;
berekent het Zorginstituut het gemiddelde marktresultaat voor het deelbedrag kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg. Het Zorginstituut berekent het gemiddeld marktresultaat door voor het totaal van de zorgverzekeraars het verschil tussen het herberekende normatieve bedrag kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg 2015, bedoeld in artikel 21, vierde lid, en de kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg 2015, bedoeld in artikel 21, eerste lid, te delen door het aantal verzekerden van achttien jaar en ouder waarop artikel 24 van de wet niet van toepassing is;
indien het verschil tussen het in onderdeel a bepaalde bedrag en het gemiddelde marktresultaat groter is dan € 15,– per verzekerde van achttien jaar en ouder waarop artikel 24 van de wet niet van toepassing is, dan trekt het Zorginstituut 90 procent van het meerdere af van het normatieve bedrag 2015;
indien het in onderdeel a bepaalde bedrag kleiner is dan € -15,00 per verzekerde van achttien jaar en ouder waarop artikel 24 van de wet niet van toepassing is, dan voegt het Zorginstituut 90 procent van het verschil toe aan het normatieve bedrag 2015.
**4.** Het Zorginstituut bepaalt de opbrengst van de nominale rekenpremie per zorgverzekeraar door de verzekerden van achttien jaar en ouder 2015 per zorgverzekeraar te vermenigvuldigen met de nominale rekenpremie 2015.
**5.** Het Zorginstituut vermindert het resultaat van het vierde lid met het bedrag dat de zorgverzekeraar verantwoordt in de opgave jaarstaat 2015 per 1 mei 2016 als gederfde inkomsten voor verzekerden van achttien jaar en ouder waarvoor als gevolg van de toepasselijkheid van artikel 24 van de wet geen nominale premies worden ontvangen.
**6.** Het Zorginstituut herberekent voorlopig de aanvulling op de bijdrage voor de uitkering in verband met uitvoeringskosten van verzekerden jonger dan achttien jaar door het aantal verzekerden jonger dan achttien jaar 2015 te vermenigvuldigen met € 45,–.
**7.** Het Zorginstituut herberekent de vereveningsbijdrage 2015 voorlopig door de som van het herberekende normatieve bedrag 2015, bedoeld in het eerste lid, met toepassing van het tweede en derde lid en de aanvulling voor uitvoeringskosten van verzekerden jonger dan achttien jaar, bedoeld in het vorige lid, te verminderen met de voorlopig herberekende normatieve eigen risico opbrengst, bedoeld in artikel 22, en de opbrengst van de nominale rekenpremie, bedoeld in het vierde en vijfde lid.
**8.** Het Zorginstituut stelt de vereveningsbijdrage 2015 in september 2016 voorlopig vast ter hoogte van de in het vorige lid berekende bijdrage.
Hoofdstuk III
Artikel 23
De voorlopige herberekening van het normatieve bedrag 2015 en de voorlopige herberekening en voorlopige vaststelling van de vereveningsbijdrage 2015
Onderdeel van Beleidsregels vereveningsbijdrage zorgverzekering 2015· Gezondheidsrecht en farmaceutisch recht
Deze tekst geldt sinds 6 mei 2015