**1.** Het Zorginstituut herberekent het normatieve bedrag 2015 voor de tweede keer voorlopig als de som van het tweede voorlopige deelbedrag variabele zorgkosten 2015, het tweede voorlopige deelbedrag vaste zorgkosten 2015, het tweede voorlopige deelbedrag kosten van verpleging en verzorging 2015 en het tweede voorlopige deelbedrag geneeskundige geestelijke gezondheidszorg 2015.
**2.** Voor de toepassing van artikel 3.17 van het Besluit zorgverzekering:
bepaalt het Zorginstituut per zorgverzekeraar het verschil tussen het tweede voorlopige herberekende deelbedrag kosten van verpleging en verzorging 2015, bedoeld in artikel 28, achtste lid, en de kosten van verpleging en verzorging 2015, bedoeld in artikel 28, eerste lid, en deelt dit verschil door het aantal verzekerden van achttien jaar en ouder waarop artikel 24 van de wet niet van toepassing is, dat bij die zorgverzekeraar is ingeschreven;
berekent het Zorginstituut het gemiddelde marktresultaat voor het deelbedrag kosten van verpleging en verzorging. Het Zorginstituut berekent het gemiddelde marktresultaat door voor het totaal van de zorgverzekeraars het verschil tussen het herberekende normatieve bedrag kosten van verpleging en verzorging, bedoeld in artikel 28, derde lid, en de kosten van verpleging en verzorging 2015, bedoeld in artikel 28, eerste lid, te delen door het aantal verzekerden van achttien jaar en ouder waarop artikel 24 van de wet niet van toepassing is;
indien het verschil tussen het in onderdeel a bepaalde bedrag en het gemiddelde marktresultaat groter is dan € 5,– per verzekerde van achttien jaar en ouder waarop artikel 24 van de wet niet van toepassing is, dan trekt het Zorginstituut 95 procent van het meerdere af van het normatieve bedrag 2015;
indien het verschil tussen het in onderdeel a bepaalde bedrag en het gemiddelde marktresultaat kleiner is dan € 5,– per verzekerde van achttien jaar en ouder waarop artikel 24 van de wet niet van toepassing is, dan voegt het Zorginstituut 95 procent van het verschil toe aan het normatieve bedrag 2015.
**3.** Voor de toepassing van artikel 3.17 van het Besluit zorgverzekering:
bepaalt het Zorginstituut per zorgverzekeraar het verschil tussen het tweede voorlopige herberekende deelbedrag kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg 2015, bedoeld in artikel 29, negende lid, en de kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg 2015, bedoeld in artikel 29, eerste lid, en deelt dit verschil door het aantal verzekerden van achttien jaar en ouder waarop artikel 24 van de wet niet van toepassing is, dat bij die zorgverzekeraar is ingeschreven;
berekent het Zorginstituut het gemiddelde marktresultaat voor het deelbedrag kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg. Het Zorginstituut berekent het gemiddeld marktresultaat door voor het totaal van de zorgverzekeraars het verschil tussen het herberekende normatieve bedrag kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg 2015, bedoeld in artikel 29, negende lid, en de kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg 2015 bedoeld in artikel 29, vierde lid, te delen door het aantal verzekerden van achttien jaar en ouder waarop artikel 24 van de wet niet van toepassing is;
indien het verschil tussen het in onderdeel a bepaalde bedrag en het gemiddelde marktresultaat groter is dan € 15,– per verzekerde van achttien jaar en ouder waarop artikel 24 van de wet niet van toepassing is, dan trekt het Zorginstituut 90 procent van het meerdere af van het normatieve bedrag 2015;
indien het verschil tussen het in onderdeel a bepaalde bedrag en het gemiddelde marktresultaat kleiner is dan € 15,– per verzekerde van achttien jaar en ouder waarop artikel 24 van de wet niet van toepassing is, dan voegt het Zorginstituut 90 procent van het verschil toe aan het normatieve bedrag 2015.
**4.** Het Zorginstituut bepaalt de tweede voorlopige opbrengst van de nominale rekenpremie per zorgverzekeraar door de verzekerden van achttien jaar en ouder per zorgverzekeraar te vermenigvuldigen met de nominale rekenpremie 2015.
**5.** Het Zorginstituut vermindert het resultaat van het vierde lid met het bedrag dat de zorgverzekeraar verantwoordt in zijn jaarstaat 2015 per 1 mei 2016 als gederfde inkomsten voor verzekerden van achttien jaar en ouder waarvoor als gevolg van de toepasselijkheid van artikel 24 van de wet geen nominale premies worden ontvangen.
**6.** Het Zorginstituut berekent de tweede voorlopige aanvulling op de bijdrage voor de uitkering in verband met uitvoeringskosten van verzekerden jonger dan achttien jaar door het aantal verzekerden jonger dan achttien jaar te vermenigvuldigen met € 45,–.
**7.** Het Zorginstituut berekent de vereveningsbijdrage 2015 voor de tweede keer voorlopig door de som van het tweede voorlopige normatieve bedrag 2015 bedoeld in het eerste lid, met toepassing van het tweede en derde lid en de aanvulling voor uitvoeringskosten van verzekerden jonger dan achttien jaar, bedoeld in het vorige lid, te verminderen met de tweede voorlopige normatieve eigen risico opbrengst, bedoeld in artikel 30, en de opbrengst van de nominale rekenpremie, bedoeld in het vierde en vijfde lid.
**8.** Het Zorginstituut stelt de vereveningsbijdrage 2015 voor de tweede keer voorlopig vast in september 2018 ter hoogte van de in het vorige lid berekende bijdrage.
Hoofdstuk IV
Artikel 31
De tweede voorlopige herberekening van het normatieve bedrag 2015 en de tweede voorlopige herberekening en de vaststelling van de vereveningsbijdrage 2015
Onderdeel van Beleidsregels vereveningsbijdrage zorgverzekering 2015· Gezondheidsrecht en farmaceutisch recht
Deze tekst geldt sinds 6 mei 2015