**1.** Om te voldoen aan artikel 32, tweede lid, onderdelen a tot en met d, van de wet, beschikt een historisch spoorvoertuig waarmee incidenteel vervoer wordt verricht in ieder geval over de volgende eigenschappen:
de maatvoering is zodanig dat aan de eisen van het kinematisch omgrenzingsprofiel wordt voldaan;
de wielen, assen, veren en dempers zijn zo op elkaar en op het spoor afgestemd dat een veilig en ongestoord gebruik van de lokale spoorweg gewaarborgd is;
het is voorzien van:
aan de voorzijde, achterzijde en iedere zijkant het wagennummer;
ten minste één remsysteem, dat ook bij het wegvallen van de tractie of externe energievoorziening het spoorvoertuig tot stilstand kan brengen;
een toestel voor het afgeven van geluidssignalen;
ten minste één wit stralend licht aan de voorzijde; 5˚. ten minste één rood stralend licht aan de achterzijde.
**2.** Historische spoorvoertuigen zonder eigen tractie die worden getrokken hoeven niet te voldoen aan het eerste lid, onderdeel c, aanhef en onder 2°, 3°, en 4°.
Treedt in werking op het tijdstip waarop de hoofdstukken 2 tot en
met 10 van de Wet lokaal spoor in werking treden.
Hoofdstuk 4
Artikel 5
Artikel 5
Onderdeel van Regeling lokaal spoor· Vervoersrecht
Deze tekst geldt sinds 1 december 2015