**1.** De werknemer ontvangt van het UWV een voorschot op een uitkering op grond van hoofdstuk II van de WW indien aan alle volgende voorwaarden is voldaan:
de werknemer heeft een aanvraag van WW-uitkering ingediend;
de werknemer heeft een aanvraag van een voorschot op de eerste betaling van de uitkering ingediend;
de werknemer heeft aannemelijk gemaakt dat hij verkeert in een zodanige omstandigheid dat hij mede als gevolg van de latere betaling van uitkering op grond van hoofdstuk II van de WW niet in staat is te voorzien in noodzakelijke en niet te vermijden kosten van het bestaan van hem en van zijn gezin.
**2.** Het voorschot, bedoeld in het eerste lid, is eenmalig en heeft alleen betrekking op de eerste betaling na de betreffende aanvraag van WW-uitkering en wordt verrekend met de eerstvolgende betaling.
**3.** Het voorschot, bedoeld in het eerste lid, wordt vastgesteld op ten hoogste de vermoedelijke eerste betaling op de WW-uitkering.
**4.** Indien geheel onzeker is hoeveel de vermoedelijke eerste betaling, bedoeld in het derde lid, zal bedragen, dan wordt het voorschot vastgesteld op het bedrag van een WW-uitkering die berekend is naar een maandloon ter hoogte van 21,75 maal het minimumloon als bedoeld in artikel 14, tweede lid, van de WW.
Artikel 2
Voorschot op eerste betaling uitkering hoofdstuk II WW
Onderdeel van Beleidsregels voorschotverstrekking WW 2015· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht
Deze tekst geldt sinds 1 juli 2015