**1.** Er is een landelijk afstemmingsoverleg voor de borging van de kwaliteit van het toezicht op de arrestantenzorg. Het landelijk afstemmingsoverleg bestaat uit maximaal vier leden die door de voorzitters van de commissies uit hun midden worden aangewezen.
**2.** Het landelijk afstemmingsoverleg ontwikkelt ten behoeve van de commissies handreikingen met betrekking tot de kwaliteit en frequentie van het toezicht op de arrestantenzorg.
**3.** Het landelijk afstemmingsoverleg rapporteert jaarlijks aan de korpschef over haar activiteiten en bevindingen op het terrein van het toezicht op de arrestantenzorg door de politie en voert hierover jaarlijks overleg met de korpschef. Artikel 50, zesde lid, van het Besluit beheer politie is van overeenkomstige toepassing op de rapporten van het landelijke afstemmingsoverleg.
**4.** De korpschef wijst een secretaris voor het landelijk afstemmingsoverleg aan. De secretaris is een ambtenaar van politie als bedoeld in artikel 2, onder a of b, van de Politiewet 2012. De secretaris is geen lid van het landelijk afstemmingsoverleg, neemt niet deel aan de besluitvorming van het landelijk afstemmingsoverleg en is in diens taak niet betrokken bij de arrestantenzorg.
Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, onderdeel I,
van de Wet van 18 mei 2022 tot wijziging van de Politiewet 2012 in
werking treedt.
Artikel 6
Artikel 6
Onderdeel van Regeling toezicht arrestantenzorg politie· Openbare orde en veiligheidsrecht
Deze tekst geldt sinds 1 januari 2023