**1.** Voor het doen van een aanvraag kan de minister een aanvraagformulier vaststellen.
**2.** Een aanvraag voor erkenning gaat in ieder geval vergezeld van:
een bewijs van eigendom van het monument;
de plaatselijke aanduiding van het monument, met vermelding van land, gemeente, plaats, postcode, straat en huisnummer;
de kadastrale aanduiding;
een duidelijke weergave van de omvang van het monument aan de hand van een kadastrale kaart met de betrokken percelen;
voor zover van toepassing de beschermde status van het monument in de staat waarin het is gelegen en de officiële omschrijving en waardering van het monument;
een beschrijving van:
het exterieur en het interieur, met inbegrip van de constructies en materialen;
de geschiedenis van het monument, met inbegrip van de ouderdom, de architect, de bouwgeschiedenis, de bewoningsgeschiedenis, historisch kaartmateriaal en historisch beeldmateriaal; en
de huidige functie of functies;
recente kleurenfoto’s van exterieur en interieur, die een duidelijk overzicht geven van het monument en inzicht geven in de waardevolle details;
een onderbouwing waarmee wordt aangetoond dat voldaan wordt aan de criteria in artikel 4, met kopieën van de daarvoor gebruikte literatuur en documenten.
**3.** De aanvrager verstrekt de minister op diens verzoek een door een beëdigde vertaler gemaakte vertaling van de ingediende documenten.
Artikel 5
In te dienen documenten
Onderdeel van Beleidsregel erkenning tot het Nederlands cultureel erfgoed behorende monumenten gelegen buiten Nederland· Cultureel recht
Deze tekst geldt sinds 14 juli 2015