**1.** Indien er sprake is van onderlinge dienstverlening kan door de uitvoerende zorgverlener geen DBC-zorgproduct of overig zorgproduct worden gedeclareerd. Alleen door de instelling waar de patiënt als eigen patiënt onder behandeling is, wordt een DBC-zorgproduct of overig zorgproduct in rekening gebracht.
**2.** De bepaling zoals opgenomen in lid 1 is niet van toepassing op:
WBMV-zorg indien alleen de uitvoerende instelling een WBMV-vergunning heeft voor het uitvoeren van de zorg;
de situatie waarin een medisch specialist die vanuit een categorale instelling is gedetacheerd in een ziekenhuis doorverwijst naar de categorale instelling voor gespecialiseerde zorg;
de situatie waarin de patiënt voor (hoog)complexe zorg wordt verwezen naar een andere instelling omdat de benodigde behandelfaciliteiten of kennis en/of kunde ontbreken in de instelling.
een acute zorgvraag die behandeld wordt in een andere instelling dan de instelling waar de patiënt initieel onder behandeling is.
In deze gevallen mag de uitvoerende zorgverlener wel een DBC-zorgproduct in rekening brengen en een zorgtraject openen volgens de algemeen geldende regels en kan de zorg niet middels onderlinge dienstverlening worden verrekend.
**3.** Indien sprake is van onderlinge dienstverlening, kan de uitvoerder de vergoeding daarvoor uitsluitend in rekening brengen aan de eigen zorgverlener die de patiënt in behandeling heeft.
**4.** Alleen de zorgaanbieder die optreedt als ‘eigen zorgverlener’ voor de patiënt is gerechtigd om de geleverde zorg als prestatie bij de zorgverzekeraar of de patiënt in rekening te brengen.
Hoofdstuk VI
Artikel 31
Onderlinge dienstverlening
Onderdeel van Regeling medisch specialistische zorg met kenmerk NR/CU-263· Gezondheidsrecht en farmaceutisch recht
Deze tekst geldt sinds 1 januari 2016