Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk VI

Artikel 33a

Declaratiebepalingen voor overige zorgproducten uit de categorie supplementaire producten

Onderdeel van Regeling medisch specialistische zorg met kenmerk NR/CU-263· Gezondheidsrecht en farmaceutisch recht

Deze tekst geldt sinds 1 januari 2016

1. Een overig zorgproduct uit de categorie supplementaire producten kan naast een DBC-zorgproduct worden gedeclareerd. 2. Een add-on mag tussentijds, dat wil zeggen ‘na uitvoering’ en ’eerder dan declaratie van het DBC-zorgproduct’ worden gedeclareerd. 3. Een add-on IC mag per kalenderdag worden gedeclareerd. 4. Een add-on dialyse toeslag op de IC (190156) mag alleen in combinatie met een IC-behandeldag (190153, 190154 of 190155) worden gedeclareerd. Een add-on dialysetoeslag mag dus niet in combinatie met een add-on voor de neonatale IC en de pediatrische IC (190150 of 190151) worden gedeclareerd. 5. Bij declaratie van een add-on geneesmiddel wordt het zorgtrajectnummer van het zorgtraject waarop het betrekking heeft meegestuurd. 6. Bij declaratie van een add-on IC wordt het subtrajectnummer van het zorgproduct waarop het betrekking heeft meegestuurd. Indien er sprake is van een add-on IC met zorgtype 52 wordt het (eigen) subtrajectnummer meegestuurd. 7. Als er geen contractuele overeenkomst is tussen de zorgverlener en de zorgverzekeraar over de zwaarte van de te declareren behandeldagen (IC-behandeldag licht, middel of zwaar, met zorgactiviteitcodes 190153, 190154 of 190155), mag alleen de IC behandeldag ‘licht’ (190153) in rekening worden gebracht. 8. De toeslag ECMO kan alleen in rekening gebracht worden als op een kalenderdag op enig moment sprake is geweest van Extra Corporele Membraan Oxygenatie therapie bij een patiënt op neonatale IC of pediatrische IC. De ECMO prestatie kan als zijnde een toeslag naast de Neonatale intensive care of Pediatrische intensive care gedeclareerd worden. 9. Als een patiënt een geneesmiddel gebruikt waarvan de stofnaam én de indicatie waarvoor deze stofnaam wordt gebruikt is opgenomen op de add-on lijst, dan moet de zorgverlener het geneesmiddel als add-on declareren. 10. Als een patiënt een geneesmiddel gebruikt waarvan de productnaam en indicatie is opgenomen op de stollingsfactorenlijst, dan moet de zorgverlener het geneesmiddel als overig zorgproduct stollingsfactor declareren.

Rechtspraak bij dit artikel