Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk › Paragraaf

Artikel 5

Artikel 5

Onderdeel van Statuten Stichting Nederlands Fonds voor de Film· Cultureel recht

Deze tekst geldt sinds 25 september 2015

1. Het bestuur van de stichting bestaat uit een door de raad van toezicht vast te stellen aantal van ten minste één en ten hoogste twee natuurlijke personen. Een niet-voltallig bestuur behoudt zijn bevoegdheden. In ontstane vacatures wordt zo spoedig mogelijk voorzien. 2. De raad van toezicht stelt in overleg met de Minister een profielschets op voor de omvang van en samenstelling van het bestuur, rekening houdend met de aard van de stichting, haar activiteiten en de gewenste deskundigheid van de bestuurders. 3. De functie van bestuurder is, behoudens ontheffing door de raad van toezicht, onverenigbaar met de functie van directeur dan wel bestuurder of het lidmaatschap van de raad van toezicht van instellingen op het gebied van de filmwereld, met uitzondering van die functies die zij qualitate qua bekleden. 4. De bestuurders worden, met inachtneming van de profielschets als bedoeld in het tweede lid van dit artikel, op voordracht van de raad van toezicht benoemd door de Minister. 5. De Minister wijst op voordracht van de raad van toezicht bij meer dan één bestuurslid een voorzitter van het bestuur aan. 6. Iedere bestuurder kan, te allen tijde door de Minister worden geschorst en ontslagen. 7. Bestuurders worden benoemd voor de tijd van maximaal tien jaar. De eerste benoeming van een bestuurder betreft een tijd van ten hoogste vijf jaren. Bestuurders treden af volgens een door de raad van toezicht vast te stellen rooster van aftreden; een volgens het rooster aftredende bestuurder is onmiddellijk herbenoembaar tot het maximum van tien jaar is bereikt. 8. Een bestuurder defungeert: door zijn overlijden; doordat hij failliet wordt verklaard of hem surseance van betaling wordt verleend dan wel doordat de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen op hem van toepassing wordt verklaard; door zijn ondercuratelestelling of doordat hij anderszins het vrije beheer over zijn vermogen verliest; door zijn aftreden, al dan niet door het volbrengen van het in het zevende lid bedoelde rooster; door zijn ontslag, verleend door de rechtbank in de gevallen in de wet voorzien; door zijn ontslag, verleend door de Minister, door het aanvaarden van een benoeming tot lid van de raad van toezicht; door het aanvaarden van een benoeming tot directeur dan wel bestuurder of tot lid van een toezichthoudend orgaan van een instelling op het gebied van de film, voor welke benoeming door de raad van toezicht geen ontheffing is verleend. 9. De raad van toezicht stelt binnen de daarvoor geldende wettelijke kaders de bezoldiging en verdere arbeidsvoorwaarden van de bestuurders vast.

Rechtspraak bij dit artikel