Naar hoofdinhoud

Artikel 5

Boeteverhogende of -verlagende omstandigheden

Onderdeel van Beleidsregels bestuurlijke boetes vervoerswetgeving ACM· Mededingingsrecht

Deze tekst geldt sinds 24 oktober 2015

1. Bij vaststelling van de bestuurlijke boete beziet ACM of sprake is van boeteverhogende of boeteverlagende omstandigheden. 2. ACM bepaalt in redelijkheid de mate waarin de betrokken omstandigheid leidt tot een verhoging of verlaging van de basisboete. 3. Boeteverhogende omstandigheden zijn in ieder geval: de omstandigheid dat ACM of een andere bevoegde autoriteit, waaronder de Europese Commissie of een rechterlijke instantie, reeds onherroepelijk een zelfde of vergelijkbare door de overtreder begane overtreding heeft vastgesteld, de omstandigheid dat de overtreder het onderzoek van ACM heeft belemmerd, de omstandigheid dat de overtreder tot de overtreding heeft aangezet of een leidinggevende rol gespeeld heeft bij de uitvoering daarvan, de omstandigheid dat de overtreder gebruik heeft gemaakt van, of voorzien in, controle- of dwangmiddelen ter handhaving van de te beboeten gedraging. 4. In geval van recidive als bedoeld in het derde lid, onder a, verhoogt ACM de basisboete met 100%, tenzij dit gezien de omstandigheden van het concrete geval onredelijk zou zijn. 5. Boeteverlagende omstandigheden zijn in ieder geval: de omstandigheid dat de overtreder verdergaande medewerking aan ACM heeft verleend dan waartoe hij wettelijk gehouden was, de omstandigheid dat de overtreder uit eigen beweging degenen aan wie door de overtreding schade is berokkend, schadeloos heeft gesteld.

Rechtspraak bij dit artikel