**1.** Een aanvrager die over de periode 2013–2016 meerjarige activiteitensubsidie van het Fonds Podiumkunsten heeft ontvangen dient te kunnen aantonen dat hij in de jaren 2013, 2014 en 2015 minimaal gemiddeld 40 uitvoeringen per kalenderjaar heeft gerealiseerd en dat de gerealiseerde eigeninkomstenquote over deze periode minimaal 20/100ste bedraagt. Als een reeds gesubsidieerde aanvrager niet aan deze eisen voldoet, kan hij desondanks een aanvraag indienen. Het bestuur gaat alleen over tot definitieve subsidieverlening als voldoende aannemelijk is dat over de gehele periode 2013–2016 aan deze eisen wordt voldaan.
**2.** Een aanvrager die over de periode 2013–2016 geen meerjarige activiteitensubsidie van het Fonds Podiumkunsten heeft ontvangen kan een aanvraag indienen als hij kan aantonen dat hij in de jaren 2013, 2014 en 2015 minimaal gemiddeld 20 uitvoeringen per kalenderjaar heeft gerealiseerd en dat de gerealiseerde eigeninkomstenquote over deze periode minimaal 20/100ste bedraagt. Het bestuur kan bijkomende eisen stellen aan de inhoud van de aanvraag.
**3.** Een aanvrager zendt complete speellijsten en jaarrekeningen over de jaren 2013, 2014 en 2015 mee bij zijn aanvraag, tenzij deze al in het bezit zijn van het Fonds Podiumkunsten. De jaarrekening 2015 mag worden nagezonden, mits deze uiterlijk 1 april 2016 is ontvangen.
**4.** Als een aanvrager geen jaarrekening kan overleggen over enig jaar dient hij een vergelijkbaar opgave in. Het bestuur kan nadere eisen aan deze opgave stellen.
Paragraaf 3
Artikel 3.3
Drempelnormen
Onderdeel van Deelregeling meerjarige activiteitensubsidies Fonds Podiumkunsten 2017–2020· Cultureel recht
Deze tekst geldt sinds 11 november 2015