**1.** Het DBC-zorgproduct wordt gedeclareerd bij de patiënt of bij de zorgverzekeraar waar de patiënt op de startdatum van het DBC-zorgproduct is verzekerd.
**2.** Een zorgverlener mag een DBC-zorgproduct alleen declareren indien de prestatie is vastgelegd volgens de in deze regeling vastgestelde registratiebepalingen en voldaan is aan de omschrijvingen en definities van zorgactiviteiten uit de beleidsregel ‘Prestaties en tarieven medisch specialistische zorg’.
**3.** Bij declaratie van een DBC-zorgproduct vermeldt de zorgverlener het subtrajectnummer.
**4.** Declaratie van parallelle DBC-zorgproducten is niet toegestaan indien de onderliggende diagnoses voorkomen in de diagnose-combinatietabel.
**5.** De declaratie van een DBC-zorgproduct moet een zegel (hash-code) hebben waaruit blijkt dat deze door een grouper is afgeleid.
**6.** Het tarief voor uitname van een orgaan bij een levende orgaandonor, wordt in rekening gebracht bij de verzekeraar van en op naam van de ontvanger van het orgaan.
**7.** Wanneer een poortspecialist en/of een SEH-arts KNMG en/of een verpleegkundig specialist en/of een physician assistant samen één zorgvraag behandelen, dan kan hiervoor één DBC-zorgproduct worden gedeclareerd.
**8.** Wanneer een cardioloog en een cardiochirurg samen een AICD-implantatie uitvoeren, dan kan hiervoor één DBC-zorgproduct worden gedeclareerd.
**9.** Een DBC-zorgproduct voor topreferente kinderoncologie (990116005, 990116009, 990116010, 990116014, 990116015, 990116016, 990116019, 990116020, 990116022, 990116023, 990116025, 990116027 en 990116029) kan niet in combinatie met een ander DBC-zorgproduct kindergeneeskunde (zorgproductgroep 990116) worden gedeclareerd.
**10.** Wanneer een kinderarts en een neuroloog samen een epilepsie behandeling (zorgproductgroep 69899) of een kinderneurologische behandeling (zorgproductgroep 991630) uitvoeren, dan kan hiervoor één DBC-zorgproduct uit de betreffende zorgproductgroep worden gedeclareerd.
**11.** Wanneer een internist en een longarts samen een tuberculose behandeling (zorgproducten 19999003 t/m 19999007, 19999011, 19999012, 19999015 en 19999019) of een pneumonie behandeling (zorgproducten 109999067 t/m 109999074) uitvoeren, dan kan hiervoor één DBC-zorgproduct worden gedeclareerd.
**12.** Wanneer een internist en/of een kinderarts en/of een radiotherapeut samen een patiënt screenen op de late effecten van de behandeling van kanker (zorgproducten 219899046 t/m 219899049), dan kan hiervoor één DBC-zorgproduct worden gedeclareerd.
**13.** Een DBC-zorgproduct voor multitrauma (182199051, 182199052,182199053 en 182199055) mag per instelling door één specialisme worden gedeclareerd.
Hoofdstuk VI
Artikel 32
Declaratiebepalingen voor DBC-zorgproducten
Onderdeel van Regeling medisch specialistische zorg met kenmerk NR/CU-266· Gezondheidsrecht en farmaceutisch recht
Deze tekst geldt sinds 1 januari 2016