Naar hoofdinhoud

Artikel 4

Relatie

Onderdeel van Beleidsregels nevenactiviteiten 2016· Cultureel recht

Deze tekst geldt sinds 1 januari 2016

Een nevenactiviteit ‘houdt verband met’of‘staat ten dienste van‘ de verwezenlijking van de publieke media-opdracht en is ‘direct gerelateerd aan‘ het media-aanbod van de publieke media-instelling, als bedoeld in artikel 2.132, derde lid, van de wet, indien: het een nevenactiviteit in cluster 1 betreft; in geval van een nevenactiviteit in cluster 2 is voldaan aan de voorwaarde dat het personeel of de middelen niet zijn verworven met het oogmerk om te verhuren en daarnaast geldt dat: niet meer dan 10% van de omvang van het totale personeelsbestand of de totale oppervlakte waarover de publieke media-instelling beschikt in het kader van nevenactiviteiten is verhuurd aan derden; of sprake is van middelen die de publieke media-instelling nodig heeft voor de uitoefening van de publiek media-opdracht, maar die zij naar hun aard niet onafgebroken in gebruik heeft, en de publieke media-instelling op jaarbasis voor ten minste 50% van de tijd over de middelen kan beschikken; of sprake is van een ander geval op basis waarvan het Commissariaat afwijking van de in sub a of sub b genoemde percentages gerechtvaardigd acht; in geval van een nevenactiviteit in cluster 3 is voldaan aan de voorwaarde dat minimaal 50% van de redactionele inhoud van het blad direct gerelateerd is aan het media-aanbod van de publieke media-instelling; in geval van een nevenactiviteit in cluster 4 is voldaan aan de voorwaarde dat de producten of diensten van derden een afgeleide verschijningsvorm zijn van media-aanbod dat door de publieke media-instelling wordt verspreid via één van de beschikbare aanbodkanalen; in geval van een nevenactiviteit in cluster 5 is voldaan aan de voorwaarden dat: in de webwinkel producten of diensten worden verkocht die voortkomen uit toegestane nevenactiviteiten of uit verenigingsactiviteiten; en de verkoopactiviteiten duidelijk zijn onderscheiden van het overige media-aanbod van de publieke media-instelling, doordat zij plaatsvinden via een – als zodanig herkenbare – separate webwinkel; in geval van een nevenactiviteit in cluster 6 is voldaan aan de voorwaarden dat: het aandeel van de publieke media-instelling in de entiteit in evenwicht is met de activiteiten die in de entiteit plaatsvinden ten behoeve van de verwezenlijking van de publieke media-opdracht of nevenactiviteiten van de publieke media-instelling; en er sprake is van een proportionele verhouding tussen de financiële inbreng van de publieke media-instelling en de netto omzet die deze publieke media-instelling in de entiteit genereert; in geval van een nevenactiviteit in cluster 7 is voldaan aan de voorwaarden dat: de betrokkenheid van gebruikers bij het media-aanbod of de publieke media-instelling met de nevenactiviteit wordt vergroot of de innovatie van het media-aanbod wordt bevorderd; en de activiteit aantoonbaar inhoudelijk aansluit bij het media-aanbod van de publieke media-instelling.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel