Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 20

Nadere regels

Onderdeel van Besluit implementatie richtlijn 2012/34/EU tot instelling van één Europese spoorwegruimte· Vervoersrecht

Deze tekst geldt sinds 1 juli 2018

1. In het belang van een goede uitvoering van dit besluit kunnen bij ministeriële regeling nadere regels worden gesteld met betrekking tot: het omschrijven van dienstvoorzieningen als bedoeld in bijlage II, punt 2, van richtlijn 2012/34/EU; het vaststellen van voorwaarden en de wijze van jaarlijks kenbaar maken, bedoeld in artikel 18; de wijze waarop kosten kunnen worden vastgesteld en toegerekend, benodigd om een dienst te verrichten, vermeerderd met een redelijke winst als bedoeld in artikel 19; artikel 68a van de wet. 2. Bij ministeriële regeling kunnen tevens nadere regels worden gesteld met betrekking tot: de te volgen procedure en criteria voor toegang tot dienstvoorzieningen, die onder andere noodzakelijk kunnen zijn voor de goede uitvoering van de uitvoeringshandelingen, bedoeld in artikel 13, negende lid, van richtlijn 2012/34/EU; de toerekening van kosten aan het minimumtoegangspakket, die onder andere noodzakelijk kunnen zijn voor de goede uitvoering van de uitvoeringshandelingen op grond van artikel 31, derde lid, van richtlijn 2012/34/EU; de eisen aan de methode voor toerekening, die onder andere noodzakelijk kunnen zijn voor de goede uitvoering van de uitvoeringshandelingen op grond van artikel 31, derde lid, van richtlijn 2012/34/EU. 3. In het belang van een goede uitvoering van dit besluit kunnen bij ministeriële regeling nadere regels worden gesteld met betrekking tot: de schaarsteheffing, bedoeld in artikel 11a; de bonus en malus voor luchtkwaliteit, bedoeld in artikel 11b; de bonus en malus voor geluidsreductie, bedoeld in artikel 11c; de extra heffing, bedoeld in artikel 11d, eerste lid; de prestatieregeling, bedoeld in artikel 11i, eerste lid; de heffing, bedoeld in artikel 11j, eerste lid.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel