Een ambtenaar die is aangesteld als BavPol mag tijdens de uitoefening van zijn dienst de wapens en munitie, bedoeld in artikel 3, bij zich hebben voor zover:
hij beschikt over een akte van opsporingsbevoegdheid als bedoeld in artikel 6 van het Besluit buitengewone agenten van politie BES, dan wel aan hem een aanwijzing als bedoeld in artikel 184, eerste lid, onder c, van het Wetboek van Strafvordering BES is gedaan;
hij de toetsen, bedoeld in artikel 31, tweede en derde lid, van het Besluit buitengewone agenten van politie BES, met voldoende resultaat heeft afgelegd; en
hij beschikt over daartoe aangewezen politiebevoegdheden en geweldmiddelen als bedoeld in artikel 14 Besluit buitengewone agenten van politie BES of is aangewezen om geweld te gebruiken als bedoeld in artikel 37k Wet beginselen gevangeniswezen BES.
Artikel 2
Artikel 2
Onderdeel van Regeling bewapening BavPol BES· Openbare orde en veiligheidsrecht
Deze tekst geldt sinds 16 december 2015