Het eerste lid van artikel 34a, Wbp spreekt over een "een inbreuk op de beveiliging, bedoeld in artikel 13". Kortheidshalve wordt een dergelijke inbreuk in deze beleidsregels aangeduid als een datalek. Dit hoofdstuk helpt u om vast te stellen of u een gebeurtenis die zich heeft voorgedaan moet beschouwen als een datalek. Uitgangspunt is dat de meldplicht datalekken uit de Wbp van toepassing is op de verwerking waarover het gaat. Mocht u nog niet weten of dat het geval is, doorloop dan eerst de vragen uit hoofdstuk 1.
Artikel 13 Wbp verplicht u als verantwoordelijke om passende technische en organisatorische maatregelen ten uitvoer te leggen om persoonsgegevens te beveiligen tegen verlies of enige vorm van onrechtmatige verwerking.
De maatregelen waarop wordt gedoeld in artikel 13 Wbp zijn onder te verdelen in een aantal typen. Deze vindt u terug in het onderstaande schema. Het vervolg van deze paragraaf licht aan de hand van dit schema nader toe in welke gevallen er sprake is van een inbreuk op de beveiliging.
Een inbreuk op de beveiliging houdt in dat zich daadwerkelijk een beveiligingsincident heeft voorgedaan. Er is niet uitsluitend sprake van een dreiging, of van een tekortkoming in de beveiliging (ook wel aangeduid als een beveiligingslek) die zou kunnen leiden tot een beveiligingsincident. Er heeft zich daadwerkelijk een beveiligingsincident voorgedaan, en de preventieve maatregelen die u eventueel heeft getroffen waren niet toereikend om dit te voorkomen.
Bij beveiligingsincidenten waar sprake kan zijn van een inbreuk op de beveiliging van persoonsgegevens moet u bijvoorbeeld denken aan:
een kwijtgeraakte USB-stick;
een gestolen laptop;
een inbraak door een hacker;
een malware-besmetting;
een calamiteit zoals een brand in een datacentrum.
Kenmerkend voor een inbreuk op de beveiliging is verder dat het beveiligingsincident daadwerkelijk gevolgen heeft voor de persoonsgegevens die u verwerkt. Er zijn persoonsgegevens verloren gegaan, of u kunt niet redelijkerwijs uitsluiten dat er persoonsgegevens onrechtmatig zijn verwerkt. De repressieve maatregelen en de herstelmaatregelen die u eventueel heeft getroffen waren niet voldoende om deze gevolgen geheel weg te nemen.
Een inbreuk op de beveiliging van persoonsgegevens moet ruim worden geduid. Het is niet van belang of u passende technische of organisatorische maatregelen heeft getroffen of niet. Een datalek kan zich in beide situaties voordoen.12Kamerstukken II 2013/14, 33 662, nr. 6, blz. 4.
Verlies houdt in dat u de persoonsgegevens niet meer heeft. Bij het beveiligingsincident zijn de persoonsgegevens vernietigd of op een andere manier verloren gegaan, en u beschikt niet over een complete en actuele reservekopie van de gegevens. In deze situatie is er sprake van een datalek.
Voorbeeld wel / geen datalek (verlies van persoonsgegevens)
Een database met persoonsgegevens is vernietigd als gevolg van een menselijke fout van een systeembeheerder. Van de database is een complete, actuele back-up beschikbaar, op basis waarvan de database direct weer wordt opgebouwd. In deze situatie is er geen sprake van een datalek.
De aard van het beveiligingsincident is niet relevant voor de vraag of er al dan niet sprake is van een datalek. Anders dan de memorie van toelichting bij de wetswijziging suggereert,13Kamerstukken II 2012/13 33 662, nr. 3, blz. 5–6. is er ook sprake van een datalek als de persoonsgegevens verloren zijn gegaan als gevolg van een calamiteit en er geen actuele reservekopie beschikbaar is.
Onder onrechtmatige vormen van verwerking vallen de aantasting van de persoonsgegevens, onbevoegde kennisneming, wijziging, of verstrekking daarvan. Als u redelijkerwijs niet kunt uitsluiten dat een inbreuk op de beveiliging tot een onrechtmatige verwerking heeft geleid, dan moet u de inbreuk beschouwen als een datalek.14Kamerstukken II 2014/15, 33 662, nr. 11, blz. 4.
Voorbeeld wel / geen datalek (onrechtmatige verwerking van persoonsgegevens)15Bron: Artikel 29-Werkgroep, Advies 03/2014 over kennisgeving bij inbreuken in verband met persoonsgegevens, goedgekeurd op 25 maart 2014, Casus 3.
Een werknemer geeft aan een derde de gebruikersnaam en het wachtwoord die toegang geven tot alle klantgegevens van alle klanten van het bedrijf waar hij werkt.
Na ontdekking van het gebeurde past het bedrijf het wachtwoord van het betreffende account aan, zodat de derde geen toegang meer heeft.
Daarna onderzoekt het bedrijf of de derde daadwerkelijk toegang heeft gezocht tot de klantgegevens. Bij dit onderzoek maakt het bedrijf gebruik van logbestanden, waarin per gebruikersnaam is vastgelegd welke acties er op welk tijdstip zijn uitgevoerd met welke klantgegevens.
Als op basis van de logbestanden redelijkerwijs kan worden uitgesloten dat er door middel van het betreffende account toegang is verkregen tot de klantgegevens, dan is er uitsluitend sprake van een beveiligingslek en niet van een datalek.
Bij een malware-besmetting moet u ervan uitgaan dat er sprake kan zijn van een datalek. Bepaalde typen malware doorzoeken de besmette apparatuur op waardevolle persoonsgegevens zoals e-mailadressen, gebruikersnamen en wachtwoorden en creditcardgegevens, om de gevonden gegevens vervolgens weg te sluizen naar een server die in handen is van de aanvaller. Een dergelijke malware-besmetting stelt de getroffen persoonsgegevens dus bloot aan onbevoegde kennisname en andere vormen van onrechtmatige verwerking. Andere typen malware maken bestanden ontoegankelijk voor de rechtmatige eigenaar door ze te blokkeren ('ransomware') of te versleutelen ('cryptoware'). Door deze vormen van malware worden de getroffen persoonsgegevens dus blootgesteld aan onbevoegde aantasting of wijziging.
Artikel 3
Is dit een datalek?
Onderdeel van Meldplicht datalekken Wet bescherming persoonsgegevens· Privacy
Deze tekst geldt sinds 16 december 2015