Naar hoofdinhoud

Artikel 7

Moet ik het datalek melden aan de betrokkene?

Onderdeel van Meldplicht datalekken Wet bescherming persoonsgegevens· Privacy

Deze tekst geldt sinds 16 december 2015

Het onderstaande schema geeft de vragen weer die u moet beantwoorden om vast te stellen of u een specifiek datalek moet melden aan de betrokkenen. Iedere vraag uit het schema correspondeert met een paragraaf uit het vervolg van dit hoofdstuk. Uitgangspunt van dit hoofdstuk is dat u al heeft vastgesteld dat u het betreffende datalek moet melden aan de Autoriteit Persoonsgegevens op grond van de meldplicht uit de Wbp. Mocht u dat nog niet hebben vastgesteld, doorloop dan eerst de stappen uit hoofdstuk 4. Als u het datalek niet meldt aan de betrokkene kan de Autoriteit Persoonsgegevens, indien deze van oordeel is dat de inbreuk waarschijnlijk ongunstige gevolgen zal hebben voor de persoonlijke levenssfeer van de betrokkene, van u verlangen dat u alsnog een kennisgeving doet aan de betrokkenen (artikel 34a, zevende lid, Wbp). Dit staat gelijk aan een bindende aanwijzing.30Kamerstukken I 2014/15, 33 662, nr. C, blz. 23. Bij het niet nakomen van een bindende aanwijzing kan de Autoriteit Persoonsgegevens een bestuurlijke boete opleggen van ten hoogste het bedrag van de geldboete van de zesde categorie van artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht (artikel 66, vijfde lid, Wbp). Voor financiële ondernemingen zoals bedoeld in de Wet op het financieel toezicht (Wft) geldt een uitzondering op de meldplicht voor datalekken aan de betrokkene (artikel 34a, lid 10, Wbp). Als u de betrokkenen informeert, dan doet u dat op grond van uw zorgplicht als financiële onderneming. Indien u passende technische beschermingsmaatregelen heeft genomen waardoor de persoonsgegevens die het betreft onbegrijpelijk of ontoegankelijk zijn voor eenieder die geen recht heeft op kennisname van de gegevens, dan kunt u de melding aan de betrokkene achterwege laten (artikel 34a, zesde lid, Wbp). Uit de wetsgeschiedenis komt de toepassing van cryptografie naar voren als het voornaamste voorbeeld van een technische beschermingsmaatregel zoals bedoeld in het zesde lid van artikel 34a Wbp. Ook artikel 4 van de Europese verordening 611/2013, waarin voor de telecomsector een soortgelijke uitzondering op de meldplicht datalekken aan de betrokkene is opgenomen, gaat uit van de toepassing van cryptografie als technische beschermingsmaatregel. Deze paragraaf gaat in op het gebruik van cryptografie als technische beschermingsmaatregel om persoonsgegevens onbegrijpelijk of ontoegankelijk te maken voor onbevoegden. Andere technische beschermingsmaatregelen worden behandeld in het vervolg van dit hoofdstuk. Deze paragraaf gaat in op twee cryptografische bewerkingen: encryptie (versleuteling) en hashing (het omzetten van gegevens in een unieke code). Kenmerkend voor encryptie is dat deze bewerking omkeerbaar is: door gebruik van de juiste sleutel kan de oorspronkelijke informatie worden verkregen (decryptie). Encryptie wordt onder meer gebruikt om gegevens te beveiligen die zijn opgeslagen op draagbare apparatuur en op verwijderbare media zoals USB-sticks. Hashing is een bewerking die van informatie, ongeacht de lengte, een unieke hashcode maakt die altijd even lang is (de lengte is afhankelijk van de gebruikte hashingmethode). Hashing wordt onder meer gebruikt bij de opslag en verwerking van wachtwoorden: op het moment dat de gebruiker een (nieuw) wachtwoord kiest, wordt de bijbehorende hashcode opgeslagen. Wanneer de gebruiker vervolgens inlogt, wordt de hashcode van het ingevoerde wachtwoord vergeleken met de opgeslagen hashcode en krijgt de gebruiker toegang tot het informatiesysteem als de codes overeenkomen. Als door de cryptografische bewerkingen die u heeft toegepast de gelekte persoonsgegevens onbegrijpelijk of ontoegankelijk zijn voor onbevoegden, dan kunt u de melding aan de betrokkene achterwege laten. Dit is een strenge norm, die u van geval tot geval toe moet passen op basis van de actuele stand van de techniek. Als u twijfelt over de adequaatheid van de technische beschermingsmaatregelen die u heeft getroffen, dan moet u het datalek melden aan de betrokkene. Doel van de rest van deze paragraaf is om u bij deze afweging te ondersteunen.31Kamerstukken II 2014/15, 33 662, nr. 11, blz. 9-10. Iedere vraag uit het bovenstaande schema correspondeert met een van de onderstaande paragrafen. Persoonsgegevens die adequaat zijn versleuteld kunnen bij een datalek nog steeds worden vernietigd, en ook aantasting of onbevoegde wijziging is nog steeds mogelijk (bijvoorbeeld door zogenoemde 'cryptoware', die de reeds versleutelde gegevens nogmaals versleutelt met een sleutel die de verantwoordelijke uitsluitend tegen betaling in zijn bezit kan krijgen.) Een datalek waarbij adequaat versleutelde persoonsgegevens niet alleen zijn blootgesteld aan onbevoegde kennisname, maar ook aan verlies of aan andere vormen van onrechtmatige verwerking, kan ongunstige gevolgen hebben voor de persoonlijke levenssfeer van de betrokkene en moet daarom mogelijk aan hem of haar worden gemeld. Voorbeeld technische beschermingsmaatregelen bij verlies van persoonsgegevens32Bron: Artikel 29-Werkgroep, Advies 03/2014 over kennisgeving bij inbreuken in verband met persoonsgegevens, goedgekeurd op 25 maart 2014, Casus 5. De versleutelde laptop van een financieel adviseur is gestolen uit de kofferbak van zijn auto. Op de laptop staan de financiële dossiers – met daarin onder meer details over hypotheken, salarissen en aanvragen van leningen – van 1000 betrokkenen. Door de diefstal zijn deze gegevens blootgesteld aan onbevoegde kennisname. De financieel adviseur komt tot de conclusie dat alle gegevens op de harde schijf adequaat versleuteld zijn, en dat het restrisico acceptabel is. In principe zou hij de melding aan de betrokkene dus achterwege kunnen laten. Echter: de financieel adviseur beschikt niet over een back-up (reserve-kopie) van de persoonsgegevens op de harde schijf. Dat betekent dat er in dit geval niet alleen sprake is van blootstelling aan onbevoegde kennisname, maar ook van het verlies van de getroffen persoonsgegevens. Aangezien de financieel adviseur de gegevens niet meer heeft, zal hij ze opnieuw bij de betrokkenen op moeten vragen. De vertraging die hierdoor ontstaat kan ertoe leiden dat deadlines voor de indiening van documenten of aanvragen niet worden gehaald, wat voor de betrokkenen uiteindelijk kan leiden tot boetes, derving van inkomsten of verwachte winst, beëindiging van koopovereenkomsten of andere ingrijpende gevolgen. In dit geval ligt het, ondanks de genomen technische beschermingsmaatregelen, voor de hand om het datalek te melden aan de betrokkenen. De melding omvat in ieder geval het verzoek om de gegevens opnieuw aan de financieel adviseur te verstrekken en een uitleg van de potentiële consequenties en negatieve gevolgen van de inbreuk. Versleuteling beschermt uitsluitend persoonsgegevens die daadwerkelijk versleuteld zijn op het moment dat er een inbreuk plaatsvindt. Een datalek waarbij (ook) niet versleutelde persoonsgegevens zijn gelekt, kan ongunstige gevolgen hebben voor de persoonlijke levenssfeer van de betrokkene en moet daarom mogelijk aan hem of haar worden gemeld. Voorbeeld persoonsgegevens die niet waren versleuteld op het moment dat de inbreuk plaatsvond Op de harde schijf van een laptop staat een bestand met persoonsgegevens. Het bestand zelf is niet versleuteld. De laptop wordt automatisch vergrendeld als deze enige tijd niet wordt gebruikt, en bij de automatische vergrendeling wordt de inhoud van de harde schijf versleuteld. De laptop is in handen gekomen van een aanvaller die met technische middelen gebruik van het toetsenbord simuleert, en daardoor voorkomt dat de automatische vergrendeling in werking treedt en de gegevens op de harde schijf worden versleuteld. Voorbeeld waarin niet alle getroffen persoonsgegevens waren versleuteld, en de resterende persoonsgegevens niet waren versleuteld op het moment van de inbreuk33Bron: Artikel 29-Werkgroep, Advies 03/2014 over kennisgeving bij inbreuken in verband met persoonsgegevens, goedgekeurd op 25 maart 2014, Casus 3. Een werknemer geeft aan een derde de gebruikersnaam en het wachtwoord dat toegang geeft tot alle klantgegevens van alle klanten van het bedrijf waar hij werkt. Het gaat onder meer om namen, adressen, e-mailadressen, telefoonnummers, toegangs- en andere identificatiegegevens (gebruikersnamen, gehashte wachtwoorden en klantnummers) en versleutelde betaalgegevens (waaronder rekeningnummers en creditcardgegevens). Om twee redenen moet de verantwoordelijke dit datalek melden aan de betrokkene: slechts een deel van de persoonsgegevens is versleuteld (de wachtwoorden en de betaalgegevens); de betaalgegevens zijn weliswaar versleuteld opgeslagen, maar als de derde met de verstrekte gegevens inlogt krijgt hij via de gebruikersinterface toegang tot de onversleutelde gegevens. Het is in eerste instantie aan u om te beoordelen of de versleuteling sterk genoeg is, en op de juiste wijze wordt uitgevoerd.34Kamerstukken II 2013/14, 33 662, nr. 6, blz. 31–32. Zowel encryptie als hashing zijn in principe te 'kraken', wat inhoudt dat onbevoegden toegang kunnen krijgen tot de oorspronkelijke gegevens. Kraken wordt tegengegaan door het gebruik van (combinaties van) moderne cryptografische technieken en door toepassing van zogenoemde salts (extra informatie die bij hashing wordt toegevoegd aan het oorspronkelijke gegeven om het kraken van de hashcode te bemoeilijken). Dit terrein ontwikkelt zich voortdurend en het is zeer goed mogelijk dat een cryptografische bewerking die in de huidige situatie veilig genoeg is dat over enige tijd niet meer is. Bij gebruik van cryptografische bewerkingen beoordeelt u daarom periodiek of deze nog steeds voldoende bescherming bieden. De Europese verordening 611/2013 geeft een nadere invulling aan adequate versleuteling. Volgens deze verordening mag u gegevens als onbegrijpelijk beschouwen als ze: op veilige wijze zijn versleuteld met een standaardalgoritme, de sleutel voor decryptie door geen enkele inbreuk gevaar heeft gelopen en de sleutel voor decryptie zodanig werd gegenereerd dat personen zonder geautoriseerde toegang de sleutel met de beschikbare technologische middelen niet kunnen vinden; of zijn vervangen door een met een cryptografisch versleutelde hashfunctie berekende hashwaarde, de sleutel die hiervoor werd gebruikt door geen enkele inbreuk gevaar heeft gelopen en deze voor datahashing gebruikte sleutel zodanig is gegenereerd dat personen zonder geautoriseerde toegang de sleutel niet kunnen vinden met de beschikbare technologische middelen.35Artikel 4 Verordening 611/2013. Aandachtspunten bij de beoordeling zijn: Het algoritme zelf, of de wijze waarop u dit toepast, kunnen kwetsbaarheden vertonen waardoor de encryptie of de hashing niet de bescherming biedt die u daarvan verwacht. Encryptie is omkeerbaar. Een onbevoegde die over de juiste sleutel beschikt, of deze zonder al te veel moeite kan vinden, kan de gelekte gegevens ontsleutelen. Hashing is herhaalbaar. Als er bij hashing geen salt is toegepast, of als een onbevoegde over de gebruikte salt beschikt of deze zonder al te veel moeite kan vinden, kan hij de gebruikte hashingmethode toepassen op een lijst met veelgebruikte waarden en daardoor bijvoorbeeld gestolen wachtwoorden achterhalen. Algemene informatie over algoritmen en toepassingen daarvan vindt u onder meer in de publicaties van het European Union Agency for Network and Information Security (ENISA) en het Nationaal Cyber Security Centrum (NCSC). Bij het opstellen van deze beleidsregels was de meest recente publicatie van ENISA op dit gebied het 'Algoritms, key sizes and parameters report – 2014' dat werd gepubliceerd in november 2014.36http://www.enisa.europa.eu/activities/identity-and-trust/library/deliverables/algorithms-key-size-and-parameters-report-2014. Behalve het gebruikte algoritme zelf, is voor adequate versleuteling ook van belang dat u dit op de juiste wijze toepast. Een beoordeling door een deskundige kan hier uitsluitsel over bieden. Bij voorkeur vindt deze beoordeling plaats voordat er een datalek heeft plaatsgevonden zodat u, op het moment dat zich een datalek voordoet, gemakkelijk kunt bepalen of de encryptie of de hashing die u heeft toegepast voldoende bescherming biedt. Als laatste is van belang dat de gebruikte sleutel c.q. salt niet is gelekt. Dit zult u van geval tot geval vast moeten stellen. Door de beantwoording van de voorgaande vragen heeft u, als het goed is, een beeld gekregen van de mate waarin de technische beschermingsmaatregelen die u heeft genomen de gelekte persoonsgegevens beschermen tegen onbevoegde kennisname. Per concreet geval zult u moeten beoordelen of de geboden bescherming voldoende is om de kennisgeving aan de betrokkene achterwege te kunnen laten. Behalve met wat hierboven is aangegeven, moet u ook meewegen welke gevolgen het voor de persoonlijke levenssfeer van de betrokkene kan hebben als een aanvaller er nu of in de toekomst alsnog in slaagt om kennis te nemen van de getroffen persoonsgegevens. Voorbeeld achterwege laten melding betrokkene bij encryptie Een laptop, met op de harde schijf een bestand met persoonsgegevens, is gestolen. De verantwoordelijke onderzoekt het incident, en komt tot de conclusie dat hij op grond van het zesde lid van artikel 34a Wbp af mag zien van de melding aan de betrokkene. Zijn overwegingen daarbij zijn: bij de versleuteling van het bestand is gebruik gemaakt van combinatie van algoritme en sleutellengte die door het ENISA in een actuele (niet door een recentere publicatie achterhaalde) handreiking wordt beoordeeld als 'toekomst-vast voor de komende 10 tot 50 jaar; met betrekking tot het gebruikte algoritme en de implementatie daarvan zijn geen kwetsbaarheden bekend; de implementatie is met goed gevolg beoordeeld door een deskundige; het bestand zelf was versleuteld, dus de versleuteling was niet afhankelijk van automatische vergrendeling die in het specifieke geval mogelijk niet heeft gewerkt; de sleutel is niet gelekt; gezien de aard van het datalek, de verwerking en de gelekte gegevens is het restrisico acceptabel. Naast encryptie vermeldt de Nederlandse wetsgeschiedenis nog een andere technische beschermingsmaatregel waarmee persoonsgegevens kunnen worden beschermd tegen onbevoegde kennisname: het op afstand wissen van de gegevens die op een apparaat staan (remote wiping). Door de gegevens te wissen worden deze ontoegankelijk voor onbevoegden, aangezien na een geslaagde remote wipe een eventuele aanvaller nog wel de beschikking heeft over het apparaat waarop de gegevens stonden, maar niet meer over de gegevens zelf. Een remote wipe heeft echter uitsluitend kans van slagen als er aan een aantal randvoorwaarden wordt voldaan. De eerste randvoorwaarde is dat de remote wipe tijdig in gang wordt gezet, zodat een eventuele aanvaller nog geen kans heeft gehad om kennis te nemen van de gegevens. Verder moet op dat moment het apparaat waar het om gaat nog intact zijn en werken, zodat het in staat is om de remote wipe uit te voeren en de gegevens te wissen. Ook moet de toepassing die voor het wissen van de gegevens wordt gebruikt correct werken, zodat alle gegevens waar het om gaat daadwerkelijk worden verwijderd en er ook geen sporen achterblijven waaruit de oorspronkelijke gegevens kunnen worden gereconstrueerd. Als u gebruik maakt van remote wiping, dan zult u op basis van de specifieke omstandigheden van het geval vast moeten stellen of er wordt voldaan aan de strenge norm uit het zesde lid van artikel 34a Wbp. De voorgaande paragrafen kunt u daarbij gebruiken als leidraad. Ook als de gelekte gegevens gepseudonimiseerd zijn zult u op basis van de specifieke omstandigheden van het geval vast moeten stellen of er aan de norm uit het zesde lid van artikel 34a Wbp wordt voldaan. Pseudonimisering wil zeggen dat u technische maatregelen heeft genomen om te voorkomen dat de persoonsgegevens worden gekoppeld aan de oorspronkelijke identiteit van de betrokkene. Geslaagde pseudonimisering maakt de persoonsgegevens waarover het gaat tot op zekere hoogte onbegrijpelijk voor onbevoegden en de kans dat een datalek ongunstige gevolgen zal hebben voor de persoonlijke levenssfeer van de betrokkene wordt als gevolg daarvan verlaagd. Onvolkomenheden in de wijze waarop de persoonsgegevens zijn gepseudonimiseerd kunnen er echter toe leiden dat onbevoegden de oorspronkelijke identiteit van de betrokkenen alsnog kunnen achterhalen, eventueel met gebruikmaking van andere gegevens die ze reeds in hun bezit hadden of alsnog in hun bezit krijgen. Net als bij remote wiping zult u dus ook bij blootstelling van gepseudonimiseerde gegevens aan onbevoegde kennisname op basis van de specifieke omstandigheden van het geval moeten vaststellen of er wordt voldaan aan de strenge norm uit het zesde lid van artikel 34a Wbp. De onderstaande paragrafen kunt u daarbij gebruiken als leidraad. Verder is aan te bevelen om bij de beoordeling gebruik te maken van het advies over anonimiseringstechnieken dat de samenwerkende Europese toezichthouders in 2014 hebben uitgebracht.37Artikel 29-Werkgroep, Advies 5/2014 over anonimiseringstechnieken, http://ec.europa.eu/justice/data-protection/article-29/documentation/opinion-recommendation/files/2014/wp216_nl.pdf. Het datalek moet aan de betrokkene worden gemeld indien de inbreuk waarschijnlijk ongunstige gevolgen zal hebben voor diens persoonlijke levenssfeer (artikel 34a, tweede lid, Wbp). Betrokkenen kunnen door het verlies, onrechtmatig gebruik of misbruik van persoonsgegevens in hun belangen worden geschaad. De schade kan van materiële of van immateriële aard zijn. Bij dit laatste moet u bijvoorbeeld denken aan onrechtmatige publicatie, aantasting in eer en goede naam, identiteitsfraude of discriminatie.38Kamerstukken II 2013/14, 33 662, nr. 6, blz. 19. Identiteitsfraude kan overigens niet alleen leiden tot immateriële gevolgen, maar ook tot materiële gevolgen. Het is aan u om te beoordelen of u een datalek aan de betrokkene moet melden. Indien er persoonsgegevens van gevoelige aard zijn gelekt, dan moet u er van uitgaan dat u het datalek niet alleen moet melden aan de Autoriteit Persoonsgegevens, maar ook aan de betrokkene. Verlies of onrechtmatige verwerking van dergelijke gegevens kunnen onder meer leiden tot stigmatisering of uitsluiting van de betrokkene, tot schade aan de gezondheid, financiële schade of (identiteits)fraude. Meer informatie treft u aan in paragraaf 4.2.1 van deze beleidsregels. In alle overige gevallen zult u op basis van de omstandigheden van het geval een afweging moeten maken. Het informeren van de betrokkene over een opgetreden datalek is met name noodzakelijk in situaties waarin er voor hem of haar daadwerkelijk ongunstige gevolgen voor de persoonlijke levenssfeer te duchten zijn. Door de kennisgeving is de betrokkene alert op de mogelijke gevolgen van het datalek en kan hij of zij zich, voor zover dat mogelijk is, daartegen wapenen door bijvoorbeeld extra voorzorgsmaatregelen te treffen (zoals vervanging van een wachtwoord) of door diensten of producten van een andere marktpartij af te nemen.39Kamerstukken II 2014/15, 33 662, nr. 11, blz. 6. Voorbeelden van datalekken die moeten worden gemeld aan de betrokkene40Volledigheidshalve zijn hier ook de voorbeelden opgenomen die betrekking hebben op de telecomsector. De voorbeelden zijn ontleend aan Advies 03/2014 over kennisgeving bij inbreuken in verband met persoonsgegevens, goedgekeurd op 25 maart 2014, van de Artikel 29-Werkgroep. In dit advies is per voorbeeld een meer uitgebreide uitwerking opgenomen, met daarbij ook maatregelen waarmee het datalek had kunnen worden voorkomen of de negatieve gevolgen hadden kunnen worden beperkt. Vier laptops zijn gestolen bij een gezondheidscentrum voor kinderen. De laptops bevatten gevoelige gegevens over gezondheid en welzijn en andere persoonsgegevens van meer dan 2000 kinderen. Gelet op de mogelijke gevolgen van het datalek is kennisgeving aan de betrokkenen geboden. Daarbij is het wel belangrijk om rekening te houden met de leeftijd en de rijpheid van de betrokkenen. Naast de kennisgeving aan het kind zelf, voor zover deze passend is, kan het in dit geval juister zijn om een ouder of voogd, die al actief betrokken is bij de medische verzorging van het kind, op de hoogte te brengen. Door de kwijtgeraakte gegevens kan de integriteit van de medische dossiers worden aangetast, wat de behandeling van de kinderen kan verstoren. Als de ouders of verzorgers op de hoogte zijn van het datalek dan kunnen ze hier alert op zijn, en kunnen ze bij eventuele afwijkingen in de medische zorg voor hun kinderen contact opnemen met de betreffende zorgverlener. Bij een levensverzekeraar waren persoonsgegevens ongeoorloofd ingezien als gevolg van een kwetsbaarheid in een webapplicatie. Van 700 personen konden naam, adres en formulieren met medische gegevens worden ingezien. Als de aanvaller buitgemaakte gegevens op internet zet kan dat er bijvoorbeeld toe leiden dat betrokkenen moeilijker een baan kunnen vinden, als gevolg van het bekend worden van informatie over gezondheidsproblemen, zwangerschap, etc. Betrokkenen kunnen ook te maken krijgen met phishing of identiteitsfraude. Het datalek heeft waarschijnlijk negatieve gevolgen voor de betrokkenen, die er daarom van in kennis moeten worden gesteld. Een medewerker van een internetprovider heeft zijn login/wachtwoordgegevens aan een derde partij gegeven die daardoor nagenoeg onbeperkt bij alle klantgegevens (meer dan 100.000) kon komen. Het kan niet redelijkerwijs worden uitgesloten dat er daadwerkelijk persoonsgegevens verloren zijn gegaan of onrechtmatig zijn verwerkt. De derde partij had onder meer toegang tot betaalgegevens (waaronder creditcardinformatie) en hashwaarden van wachtwoorden van klanten. Misbruik van de betaalgegevens kan financiële gevolgen hebben voor de klanten. Ook is het mogelijk dat de onbevoegde derde op basis van de buitgemaakte hashwaarden de oorspronkelijke wachtwoorden van de klanten kan achterhalen. Het datalek heeft waarschijnlijk negatieve gevolgen voor de betrokkenen, die er daarom van in kennis moeten worden gesteld. Als de wachtwoorden niet meer veilig zijn, dan moet de verantwoordelijke de klanten op een veilige manier verplichten om een nieuw wachtwoord aan te maken. Hij moet daarbij zorgen dat de nieuwe wachtwoorden worden aangemaakt door legitieme gebruikers, en niet door derden die de inloggegevens hebben bemachtigd. Hij moet daarbij ook aangeven wat de reden is voor de vervanging van het wachtwoord. Een envelop met creditcardbetalingsgegevens van 800 personen was per ongeluk niet versnipperd, maar in een vuilnisbak gegooid. Een derde persoon haalde de gegevens uit de vuilniscontainer op straat en verstrekte ze aan andere personen. Het datalek kan financiële consequenties hebben voor de betrokkenen, als hun kaartgegevens nog geldig zijn en worden misbruikt. De betrokkenen moeten daarom van het datalek in kennis worden gesteld. De versleutelde laptop van een financieel adviseur is uit de auto gestolen. Financiële gegevens (hypotheken, salarissen, leningen) van 1000 personen waren betrokken. Hoewel het wachtwoord van de laptop niet gecompromitteerd is, was er geen back-up voorhanden. Aangezien de verantwoordelijke niet meer beschikt over de persoonsgegevens die op de laptop stonden, zullen deze opnieuw door de betrokkenen moeten worden verstrekt. Op zich heeft dit slechts beperkte negatieve gevolgen voor de betrokkenen: er is hooguit sprake van frustratie en tijdverspilling omdat ze alle informatie nogmaals moeten verzamelen. In sommige gevallen kunnen ook deadlines voor de indiening van documenten of aanvragen worden overschreden, wat kan leiden tot financiële schade voor de betrokkenen. De betrokkenen moeten van het datalek in kennis worden gesteld. In de kennisgeving moet worden aangegeven dat de gegevens opnieuw aan de financieel adviseur moeten worden verstrekt, en moet uitleg worden gegeven over de potentiële consequenties en mogelijke negatieve gevolgen van het datalek. Op de website van een telefoonbedrijf kunnen klanten inloggen en hun financiële gegevens en belgegevens inzien. Een derde partij heeft toegang gekregen tot de database met inlognamen en bijbehorende hashwaarden van wachtwoorden. Bij het hashen van de wachtwoorden is gebruik gemaakt van een verouderd algoritme dat onvoldoende bescherming biedt tegen kennisname door onbevoegden. Gevolg is dat een derde partij de oorspronkelijke wachtwoorden zonder al te veel moeite zal kunnen achterhalen. [Dit voorbeeld heeft betrekking op de telecomsector, en valt dus niet onder de meldplicht datalekken uit de Wbp. De overwegingen bij het informeren van de betrokkenen kunnen echter ook buiten de telecomsector worden toegepast.] De derde partij kan de wachtwoorden van alle abonnees achterhalen. Hij beschikt ook over de inlognamen, en kan zich daardoor toegang verschaffen tot alle accounts. Veel mensen gebruiken voor het inloggen op meerdere websites dezelfde combinatie van inlognaam en wachtwoord. Dit betekent dat de derde zich met de buitgemaakte gegevens mogelijk ook toegang kan verschaffen tot andere accounts van sommige betrokkenen, waaronder mogelijk ook e-mailaccounts. Dit datalek heeft waarschijnlijk negatieve gevolgen voor de betrokkenen, en kennisgeving is vereist. De klanten moeten op de hoogte worden gesteld van het datalek, met daarbij het dringende advies om voor alle accounts waar ze hetzelfde wachtwoord gebruiken, dit wachtwoord aan te passen. Ze moeten bij het inloggen op de website in kwestie ook worden gedwongen om hun wachtwoord voor de kwestie aan te passen. Daarbij moet worden gezorgd dat de nieuwe wachtwoorden worden aangemaakt door legitieme gebruikers, en niet door derden die de inloggegevens hebben bemachtigd. Een internetprovider biedt de gebruikers de mogelijkheid om details van hun account te zien, zoals onder andere historische zoekgegevens en vaak bezochte websites. Door een fout in de website had eenieder via een simpele truc de mogelijkheid om de accounts van andere gebruikers vrijelijk in te zien. Zonder een sluitende logging is hier niet vast te stellen of dat daadwerkelijk is gebeurd en welke gegevens dan zijn geraadpleegd. [Dit voorbeeld heeft betrekking op de telecomsector, en valt dus niet onder de meldplicht datalekken uit de Wbp. De overwegingen bij het informeren van de betrokkenen kunnen echter ook buiten de telecomsector worden toegepast.] De gegevens kunnen worden gebruikt voor het versturen van spam aan de betrokkenen of voor telefonische verkoop of phishing. De buitgemaakte gegevens kunnen mogelijk ook worden gebruikt om profielen van de klanten op te stellen of hun gedragingen in kaart te brengen, wat gevoelige informatie aan het licht zou kunnen brengen. Dit datalek heeft waarschijnlijk negatieve gevolgen voor de betrokkenen, en moet daarom aan hen worden gemeld. U mag de melding aan de betrokkene achterwege laten, als daarvoor zwaarwegende redenen aanwezig zijn (artikel 43 Wbp). Daarbij geldt wel dat de melding aan de betrokkene alleen achterwege mag blijven als dit noodzakelijk is met het oog op de belangen die worden genoemd in dit artikel. Op grond van artikel 43, onder e, Wbp mag van de melding aan de betrokkene worden afgezien voor zover dit noodzakelijk is in het belang van de bescherming van de betrokkene. Voorbeeld achterwege laten melding i.v.m. bescherming betrokkene Er zijn gegevens gelekt over medische en psychosociale hulpvragen die kinderen buiten medeweten van hun ouders hebben gedaan. De verantwoordelijke meldt het datalek aan de Autoriteit Persoonsgegevens, en beroept zich op artikel 43, onder e, Wbp om de melding aan de betrokkenen achterwege te kunnen laten. Reden is dat de ouders door de melding op de hoogte zouden kunnen raken van de hulpvraag. Het melden van datalekken aan de betrokkenen brengt administratieve lasten met zich mee, maar op zichzelf is dat geen reden om de melding achterwege te laten. Alleen als u aannemelijk kunt maken dat de administratieve lasten die zijn gemoeid met het melden van het datalek aan de betrokkene zodanig disproportioneel zijn dat u in een van uw rechten en vrijheden wordt aangetast of dreigt te worden aangetast, dan kunt u een beroep doen op artikel 43, onder e, Wbp om melding aan de betrokkene achterwege te laten. Voorbeeld achterwege laten melding i.v.m. rechten en vrijheden verantwoordelijke41Kamerstukken II, 2013/14, 33 662, blz. 8. Een beursgenoteerde onderneming is verwikkeld in een overname op het moment dat zich een groot datalek voordoet. De onderneming meldt het datalek aan de Autoriteit Persoonsgegevens, en beroept zich op artikel 43, onder e, Wbp om de melding aan de betrokkene (voorlopig) achterwege te kunnen laten.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel