Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 23

Bestuurlijke boete

Onderdeel van Wet kinderbijslagvoorziening BES· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht

Deze tekst geldt sinds 1 juli 2025

1. Onze Minister kan een bestuurlijke boete opleggen van ten hoogste het benadelingsbedrag wegens het niet of niet behoorlijk nakomen door de rechthebbende, dan wel degene die in aanmerking wenst te komen voor kinderbijslag BES als bedoeld in artikel 5 en, indien van toepassing, artikel 5a, eerste lid, van de verplichting, bedoeld in artikel 14. 2. In dit artikel wordt onder benadelingsbedrag verstaan het brutobedrag dat als gevolg van het niet of niet behoorlijk nakomen van de verplichting, bedoeld in artikel 14, ten onrechte of tot een te hoog bedrag aan kinderbijslag BES als bedoeld in artikel 5 en, indien van toepassing, artikel 5a, eerste lid, is verleend. 3. Indien het niet of niet behoorlijk nakomen door de rechthebbende, dan wel degene die in aanmerking wenst te komen voor kinderbijslag BES als bedoeld in artikel 5 en, indien van toepassing, artikel 5a, eerste lid, van de verplichting, bedoeld in artikel 14, niet heeft geleid tot een benadelingsbedrag, kan Onze Minister een bestuurlijke boete opleggen van ten hoogste het bedrag van de tweede categorie, bedoeld in artikel 27, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht BES. 4. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels gesteld worden over de tenuitvoerlegging van de bestuurlijke boete, alsmede de verrekening van deze bestuurlijke boete.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel