Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 6

Artikel 6

Onderdeel van Regeling taken meteorologie en seismologie· Vervoersrecht

Deze tekst geldt sinds 20 mei 2026

1. Het KNMI kan een weerwaarschuwing uitvaardigen voor gevaarlijk weer boven het land en de ruime binnenwateren indien het KNMI één of meer van de volgende weersverschijnselen verwacht of waarneemt: neerslag van 50 mm tot 75 mm in een etmaal; lokale gladheid door ijzel of opvriezing, aanvriezing of bevriezing van natte weggedeelten of sneeuwresten; accumulatie van winterse neerslag tot 3 cm per uur of tot 5 cm per 6 uur; lokale onweersbuien met één of meer van de volgende weersverschijnselen: windstoten van meer dan 60 km per uur; lokale regen van meer dan 30 mm in een uur; hagel met een diameter van ten hoogste 2 cm; windstoten van 75 tot 100 km per uur, of, indien het de kuststrook betreft, windstoten van 90 tot 120 km per uur; een maximumtemperatuur van meer dan 35 °C; een maximumtemperatuur van meer dan 27 °C gedurende een periode van vier aaneengesloten dagen; een gevoelstemperatuur van tussen de -15 °C en -20 °C; een door weersverschijnselen veroorzaakte zichtwaarde van 200 meter of minder; een windhoos of waterhoos; hagel met een diameter van meer dan 0,5 cm en ten hoogste 2 cm. 2. Het KNMI kan een weerwaarschuwing uitvaardigen voor maatschappij-ontwrichtend weer boven land indien het KNMI een of meer van de volgende weersverschijnselen verwacht of waarneemt: neerslag van meer dan 75 mm in een etmaal; regionale gladheid door ijzel of bevriezing; accumulatie van winterse neerslag van ten minste 3 cm per uur of 5 cm per 6 uur; sneeuwval of driftsneeuw met windsnelheden van meer dan 40 km per uur; groepsgewijs optredende onweersbuien met lokaal een of meer van de volgende weersverschijnselen: windstoten van meer dan 75 km per uur; regen van meer dan 50 mm in een uur; hagel van meer dan 2 cm in diameter; windstoten van 100 km per uur en hoger of indien het de kuststrook betreft windstoten van 120 km per uur of hoger; een maximumtemperatuur van meer dan 30 °C en een minimumtemperatuur van ten minste 18 °C gedurende een periode van drie aaneengesloten dagen; een gevoelstemperatuur lager dan -20 °C; een door weersverschijnselen veroorzaakte zichtwaarde van 10 meter of minder; hagel van meer dan 2 cm in diameter. 3. In afwijking van het eerste, onderscheidenlijk tweede lid, kan het KNMI een weerwaarschuwing voor gevaarlijk onderscheidenlijk maatschappij-ontwrichtend weer uitvaardigen voor de gevallen bedoeld in het eerste dan wel tweede lid, ook indien de desbetreffende weersverschijnselen niet aan een of meer van de in die leden bedoelde criteria voldoen maar de te verwachten gevolgen voor de samenleving daartoe desalniettemin aanleiding geven. 4. In afwijking van het tweede lid vaardigt het KNMI een weeralarm uit voor de gevallen, bedoeld in het tweede lid, met een grote impact op de veiligheid in de samenleving. 5. Weerwaarschuwingen voor gevaarlijk weer, maatschappij-ontwrichtend weer of een weeralarm, bedoeld in het eerste, tweede of vierde lid, worden uitgevaardigd indien de verwachte weersverschijnselen zich voordoen op lokaal, regionaal of landelijk niveau.

Rechtspraak bij dit artikel