Indien het kind geen ingezetene is in verband met een ziekte of handicap als bedoeld in artikel 5, tweede lid, van de wet overlegt de persoon, bedoeld in artikel 15, tweede lid, van de wet op verzoek van de minister binnen een door de minister vastgestelde redelijke termijn een ingevulde en ondertekende verklaring van een buiten het grondgebied van de openbare lichamen gevestigde persoon of rechtspersoon die in het land van vestiging aan het kind zorg verleent in het kader van het in dat land bestaande sociale zekerheidsstelsel, dan wel bij gebreke daarvan overeenkomstig de wetgeving van dat land rechtmatig aan het kind zorg verleent als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van het Besluit zorgverzekering BES, waaruit blijkt dat het kind geen ingezetene is in verband met een ziekte of handicap als bedoeld in artikel 5, tweede lid, van de wet, waarbij hij gebruik maakt van een door de minister ter beschikking gesteld formulier.
Hoofdstuk 3
Artikel 10
Verklaring bij ziekte of handicap
Onderdeel van Regeling kinderbijslagvoorziening BES· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht
Deze tekst geldt sinds 1 januari 2016