Een archeologische vondst die is aangetroffen bij een opgraving en waarop niemand zijn recht van eigendom kan bewijzen, is eigendom van:
de provincie waar de vondst is aangetroffen;
de gemeente waar de vondst is aangetroffen, indien die gemeente beschikt over een aangewezen depot als bedoeld in artikel 5.8, tweede lid; of
de Staat, indien de vondst is aangetroffen buiten het grondgebied van enige gemeente.
Hoofdstuk 5 › § 5.2
Artikel 5.7
Eigendom van archeologische vondsten
Onderdeel van Erfgoedwet· Cultureel recht
Deze tekst geldt sinds 1 juli 2016