Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3 › § 2

Artikel 3.14

Ambtshalve subsidieverlening

Onderdeel van Regeling beheer rijkscollectie en subsidiëring museale instellingen· Cultureel recht

Deze tekst geldt sinds 17 september 2024

1. De minister verleent voor 1 oktober 2024 ambtshalve subsidie voor publieksactiviteiten en andere activiteiten – niet behorende tot beheer van de collectie in de zin van de Erfgoedwet – aan instellingen met een wettelijke taak, die als kernactiviteit het beheer van een collectie van cultureel erfgoed hebben. 2. De minister verleent voor 1 oktober 2024 tevens ambtshalve: subsidie aan ten hoogste één instelling met een wettelijke taak, die als kernactiviteit heeft het beheren van een collectie van cultureel erfgoed op het gebied van kunsthistorische documentatie, voor het uitvoeren van een activiteitenprogramma als ondersteunende instelling; een aanvullend bedrag aan ten hoogste één instelling met een wettelijke taak, voor: het bevorderen van de bescherming en kennis van immaterieel erfgoed; en het onderhouden van de Canon van Nederland; een aanvullend bedrag aan ten hoogste één instelling met een wettelijke taak, voor publieksactiviteiten in relatie tot de Leidse Siebold-collectie; en een aanvullend bedrag aan ten hoogste één instelling met een wettelijke taak, voor activiteiten ter bevordering van een netwerk van museumconservatoren van Nederlandse en Vlaamse kunst. Artikel III van Stcrt. 2024/13878 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging. Inwerkingtreding voorheen door Stcrt. 2024/13878 gesteld op 19 september 2024.

Rechtspraak bij dit artikel