Het kan voorkomen dat stakingswinst gedeeltelijk is omgezet in een lijfrente ex. artikel 3.131 van de Wet IB 2001. Als ten gevolge van deze omzetting het bedrag van de niet gerealiseerde zelfstandigenaftrek hoger is dan de stakingswinst verminderd met de hiervoor bedoelde lijfrente, kan voor het meerdere geen verrekening plaatsvinden. Voor het overige blijft de bepaling van artikel 3.76 van de Wet IB 2001 onverkort van toepassing.
Voorbeeld
Als gevolg van overlijden staakt de ondernermer zijn onderneming en komt niet in aanmerking voor de zelfstandigenaftrek. De stakingswinst bedraagt € 110.000. Daarnaast heeft de ondernemer nog € 15.000 aan niet gerealiseerde zelfstandigenaftrek. De stakingswinst is gedeeltelijk omgezet in een lijfrente voor een bedrag van € 98.000.
Uitwerking
Stakingswinst
€ 110.000
Af: Lijfrente
€ 98.000
Restant stakingswinst
€ 12.000
Na omzetting van de stakingswinst in een lijfrente resteert een bedrag aan stakingswinst van € 12.000. Dit is het maximale bedrag dat in casu kan worden verrekend met de niet gerealiseerde zelfstandigenaftrek.
Indien in het voorbeeld de stakingswinst voor een lager bedrag wordt omgezet in een lijfrente, dat wil zeggen voor een bedrag van niet meer dan € 95.000, dan kan de niet gerealiseerde zelfstandigenaftrek wel volledig worden verrekend.
Artikel 4
Lijfrente
Onderdeel van Inkomstenbelasting, staking gehele onderneming; verrekening niet gerealiseerde zelfstandigenaftrek (art. 3.76 Wet IB 2001)· Belastingrecht
Deze tekst geldt sinds 22 januari 2016