Naar hoofdinhoud

Paragraaf 2

Artikel 7

Verlening van de vrijstelling

Onderdeel van Beleidsregel onderwijs en toetsen BA· Procesrecht

Deze tekst geldt sinds 1 januari 2021

1. De algemene raad verleent de vrijstelling deelname onderwijs in ieder geval indien: de stagiaire verzoekt om vrijstelling deelname onderwijs voor een volledig cognitief vak; en de stagiaire beschikt over de aan de beroepsopleiding advocaten gelijkwaardige theoretische en praktische bekwaamheid, bedoeld in artikel 3.18, tweede lid, van de Verordening op de advocatuur, inhoudende dat: aan de toetstermen, neergelegd in de vakbeschrijving van het vak waarvoor een vrijstelling wordt gevraagd, is voldaan; de bekwaamheid niet langer dan drie jaren vóór de beëdiging is verworven; en de bekwaamheid is opgedaan vanuit een partijdige invalshoek. 2. De algemene raad verleent de vrijstelling toets uitsluitend indien: de stagiaire verzoekt om vrijstelling toets voor een cognitief vak; het de eerste toetsgelegenheid is voor het desbetreffende vak; de stagiaire voldoet aan het bepaalde in het eerste lid, onderdeel b; en de stagiaire beschikt over recente diepgaande relevante theoretische bekwaamheid, blijkende uit: behaald diploma of certificaat van een toets waarvan het niveau vergelijkbaar is met dat van de betreffende toets in de beroepsopleiding advocaten, behaald niet langer dan drie jaren voor de eerste toetsgelegenheid; of fundamenteel onderzoek, gepubliceerd in wetenschappelijke tijdschriften of vakbladen, gepubliceerd niet langer dan drie jaren voor de beëdiging.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel