**1.** Het Zorginstituut baseert zich voor het geraamde aantal verzekerden voor het criterium IGG op opgave met de klasse-indeling per verzekerde uit de Overall Toets 2016.
**2.** Het Zorginstituut koppelt op basis van het gepseudonimiseerde burgerservicenummer de opgave, bedoeld in het vorige lid aan het PKB 2013. Het Zorginstituut stelt voor de toepasselijke klasse waarin de verzekerde valt de zwaarte op 1.
**3.** Het Zorginstituut past op de verzekerden die in het PKB 2013 voor het eerst voorkomen per IGG klasse de gemiddelde prevalentie voor de betreffende klasse van de overige verzekerden in het PKB 2013 toe. Vervolgens koppelt het Zorginstituut de verzekerden aan het PKB 2014, waarbij de verzekerden een zodanige zwaarte krijgen dat de prevalentie constant blijft.
**4.** Het Zorginstituut past op de verzekerden die in het PKB 2014 voor het eerst voorkomen per IGG klasse de gemiddelde prevalentie voor de betreffende klasse van de overige verzekerden in het PKB 2014 toe. Vervolgens koppelt het Zorginstituut de verzekerden aan het PKB 2015, waarbij de verzekerden een zodanige zwaarte krijgen dat de prevalentie constant blijft.
**5.** Als een verzekerde niet in andere klasse dan ‘Geen IGG’ valt, deelt het Zorginstituut deze verzekerde in de klasse ‘Geen IGG’ in.
**6.** Het Zorginstituut herschaalt het geraamde aantal verzekerden voor het criterium IGG naar de macroverzekerdenraming.
Hoofdstuk II
Artikel 26
IGG
Onderdeel van Beleidsregels vereveningsbijdrage zorgverzekering 2016· Gezondheidsrecht en farmaceutisch recht
Deze tekst geldt sinds 19 februari 2016