**1.** Het Zorginstituut baseert zich voor het aantal verzekerden voor het criterium GGZ-MHK per zorgverzekeraar op:
declaraties 2013 per gepseudonimiseerd burgerservicenummer voor het deelbedrag kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg tot en met 31 december 2015, zoals zorgverzekeraars die op 1 mei 2016 bij het Zorginstituut hebben aangeleverd;
declaraties 2014 per gepseudonimiseerd burgerservicenummer voor het deelbedrag kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg tot en met 31 december 2016, zoals zorgverzekeraars die op 1 mei 2017 bij het Zorginstituut hebben aangeleverd;
declaraties 2015 per gepseudonimiseerd burgerservicenummer voor het deelbedrag kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg, zoals zorgverzekeraars die op 1 mei 2017 bij het Zorginstituut hebben aangeleverd;
het VPPKB 2013, het VPPKB 2014 en het VPPKB 2015.
**2.** Het Zorginstituut herleidt de percentages van de risicoklassen GGZ-MHK met betrekking tot vereveningsjaar 2013, 2014 en 2015 tot respectievelijk drempelbedragen GGZ-MHK 2013, 2014 en 2015.
**3.** Het Zorginstituut bepaalt op basis van de drempelbedragen uit het vorige lid en een koppeling met het VPPKB 2016 in welke GGZ-MHK klasse een verzekerde wordt ingedeeld.
**4.** Als een verzekerde niet in een andere klasse dan ‘GGZ-MHK 3 jaar geen kosten’ valt, deelt het Zorginstituut deze verzekerde in de klasse ‘GGZ-MHK 3 jaar geen kosten’ in.
Hoofdstuk III
Artikel 58
GGZ-MHK
Onderdeel van Beleidsregels vereveningsbijdrage zorgverzekering 2016· Gezondheidsrecht en farmaceutisch recht
Deze tekst geldt sinds 19 februari 2016