Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk III

Artikel 66

De voorlopige herberekening van het normatieve bedrag 2016 en de voorlopige herberekening en voorlopige vaststelling van de vereveningsbijdrage 2016

Onderdeel van Beleidsregels vereveningsbijdrage zorgverzekering 2016· Gezondheidsrecht en farmaceutisch recht

Deze tekst geldt sinds 19 februari 2016

1. Het Zorginstituut herberekent het normatieve bedrag 2016 voorlopig als de som van het voorlopige herberekende deelbedrag variabele zorgkosten 2016, het voorlopige herberekende deelbedrag vaste zorgkosten 2016, het voorlopig herberekende deelbedrag verpleging en verzorging 2016, het voorlopig herberekende deelbedrag geneeskundige geestelijke gezondheidszorg en het voorlopig herberekende deelbedrag langdurige geestelijke gezondheidszorg 2016. 2. Voor de toepassing van artikel 3.17 van het Besluit zorgverzekering: bepaalt het Zorginstituut per zorgverzekeraar het verschil tussen het voorlopige herberekende deelbedrag kosten van verpleging en verzorging 2016, bedoeld in artikel 62, achtste lid, en de kosten van verpleging en verzorging 2016, bedoeld in artikel 62, eerste lid en deelt dit verschil door het aantal verzekerden van achttien jaar en ouder waarop artikel 24 van de wet niet van toepassing is, dat bij die zorgverzekeraar is ingeschreven; berekent het Zorginstituut het gemiddelde marktresultaat voor het deelbedrag verpleging en verzorging. Het Zorginstituut berekent het gemiddelde marktresultaat door voor het totaal van de zorgverzekeraars het verschil tussen het herberekende normatieve bedrag kosten van verpleging en verzorging zorg bedoeld in artikel 62, derde lid, en de kosten van verpleging en verzorging 2016, bedoeld in artikel 62, eerste lid, te delen door het aantal verzekerden van achttien jaar en ouder waarop artikel 24 van de wet niet van toepassing is; indien het verschil tussen het in onderdeel a bepaalde bedrag en het gemiddelde marktresultaat groter is dan € 15,00 per verzekerde van achttien jaar en ouder waarop artikel 24 van de wet niet van toepassing is, dan trekt het Zorginstituut 75 procent van het meerdere af van het normatieve bedrag 2016; indien het verschil tussen het in onderdeel a bepaalde bedrag en het gemiddelde marktresultaat kleiner is dan € –15,00 per verzekerde van achttien jaar en ouder waarop artikel 24 van de wet niet van toepassing is, dan voegt het Zorginstituut 75 procent van het verschil toe aan het normatieve bedrag 2016. 3. Voor de toepassing van artikel 3.17 van het Besluit zorgverzekering: bepaalt het Zorginstituut per zorgverzekeraar het verschil tussen het voorlopige herberekende deelbedrag kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg 2016, bedoeld in artikel 63, achtste lid, en de kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg 2016, bedoeld in artikel 63, eerste lid, en deelt dit verschil door het aantal verzekerden van achttien jaar en ouder waarop artikel 24 van de wet niet van toepassing is, dat bij die zorgverzekeraar is ingeschreven; berekent het Zorginstituut het gemiddelde marktresultaat voor het deelbedrag kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg. Het Zorginstituut berekent het gemiddeld marktresultaat door voor het totaal van de zorgverzekeraars het verschil tussen het herberekende normatieve bedrag kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg 2016, bedoeld in artikel 63, derde lid, en de kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg 2016, bedoeld in artikel 63, eerste lid, te delen door het aantal verzekerden van achttien jaar en ouder waarop artikel 24 van de wet niet van toepassing is; indien het verschil tussen het in onderdeel a bepaalde bedrag en het gemiddelde marktresultaat groter is dan € 17,50 per verzekerde van achttien jaar en ouder waarop artikel 24 van de wet niet van toepassing is, dan trekt het Zorginstituut 75 procent van het meerdere af van het normatieve bedrag 2016; indien het verschil tussen het in onderdeel a bepaalde bedrag en het gemiddelde marktresultaat kleiner is dan € –17,50 per verzekerde van achttien jaar en ouder waarop artikel 24 van de wet niet van toepassing is, dan voegt het Zorginstituut 75 procent van het verschil toe aan het normatieve bedrag 2016. 4. Voor de toepassing van artikel 3.17 van het Besluit zorgverzekering: bepaalt het Zorginstituut per zorgverzekeraar het verschil tussen het voorlopige herberekende deelbedrag kosten van langdurige geestelijke gezondheidszorg 2016, bedoeld in artikel 64, negende lid, en de kosten van langdurige geestelijke gezondheidszorg 2016, bedoeld in artikel 64, eerste lid, en deelt dit verschil door het aantal verzekerden van achttien jaar en ouder waarop artikel 24 van de wet niet van toepassing is, dat bij die zorgverzekeraar is ingeschreven; berekent het Zorginstituut het gemiddelde marktresultaat voor het deelbedrag kosten van langdurige geestelijke gezondheidszorg. Het Zorginstituut berekent het gemiddeld marktresultaat door voor het totaal van de zorgverzekeraars het verschil tussen het herberekende normatieve bedrag kosten van langdurige geestelijke gezondheidszorg 2016, bedoeld in artikel 64, vierde lid, en de kosten van langdurige geestelijke gezondheidszorg 2016, bedoeld in artikel 64, eerste lid, te delen door het aantal verzekerden van achttien jaar en ouder waarop artikel 24 van de wet niet van toepassing is; indien het verschil tussen het in onderdeel a bepaalde bedrag en het gemiddelde marktresultaat groter is dan € 5,00 per verzekerde van achttien jaar en ouder waarop artikel 24 van de wet niet van toepassing is, dan trekt het Zorginstituut 100 procent van het meerdere af van het normatieve bedrag 2016; indien het verschil tussen het in onderdeel a bepaalde bedrag en het gemiddelde marktresultaat kleiner is dan € –5,00 per verzekerde van achttien jaar en ouder waarop artikel 24 van de wet niet van toepassing is, dan voegt het Zorginstituut 100 procent van het verschil toe aan het normatieve bedrag 2016. 5. Het Zorginstituut berekent de opbrengst van de nominale rekenpremie per zorgverzekeraar door de verzekerden van achttien jaar en ouder 2016 per zorgverzekeraar te vermenigvuldigen met de nominale rekenpremie 2016. 6. Het Zorginstituut vermindert het resultaat van het vijfde lid met het bedrag dat de zorgverzekeraar verantwoordt in de opgave jaarstaat 2016 per 1 mei 2017 als gederfde inkomsten voor verzekerden van achttien jaar en ouder waarvoor als gevolg van de toepasselijkheid van artikel 24 van de wet geen nominale premies worden ontvangen. 7. Het Zorginstituut herberekent voorlopig de aanvulling op de bijdrage voor de uitkering in verband met uitvoeringskosten van verzekerden jonger dan achttien jaar door het aantal verzekerden jonger dan achttien jaar 2016 te vermenigvuldigen met € 43,00. 8. Het Zorginstituut herberekent de vereveningsbijdrage 2016 voorlopig door de som van het herberekende normatieve bedrag 2016, bedoeld in het eerste lid, met toepassing van het tweede, derde en vierde lid en de aanvulling voor uitvoeringskosten van verzekerden jonger dan achttien jaar, bedoeld in het vorige lid, te verminderen met de voorlopig herberekende normatieve eigen risico opbrengst, bedoeld in artikel 65, en de opbrengst van de nominale rekenpremie, bedoeld in het vijfde en zesde lid. 9. Het Zorginstituut stelt de vereveningsbijdrage 2016 in september 2017 voorlopig vast ter hoogte van de in het vorige lid berekende bijdrage.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel