**1.** Degene die een lift voorhanden heeft, zorgt ervoor dat:
in liftschachten geen leidingen of installaties aanwezig zijn die niet voor de werking of veiligheid van de lift zijn vereist;
machinekamers, schijvenruimten en schachtputten niet worden gebruikt als bergruimte van voorwerpen, welke niet tot de lift behoren;
machinekamers, schijvenruimten en luiken, bestemd voor inspectie en onderhoud, zijn afgesloten met slot en sleutel;
de onder c bedoelde sleutels zijn voorzien van aanduidingen en op een uitsluitend voor bevoegden toegankelijke plaats worden bewaard; en
nabij de tornmiddelen een aanwijzing is opgehangen, waarin is aangegeven, op welke wijze de machine kan worden getornd.
**2.** Degene die een lift zonder kooiafsluiting voorhanden heeft, welke bestemd is voor het vervoer van goederen onder begeleiding van een persoon, zorgt ervoor dat die lift slechts wordt bediend door mensen die met die bediening vertrouwd zijn.
Hoofdstuk 3
Artikel 24
Veiligheid lift
Onderdeel van Warenwetbesluit liften 2016· Ondernemingspraktijk
Deze tekst geldt sinds 20 april 2016