Een melder mag tijdens en na de behandeling van een melding van een vermoeden van een misstand niet worden benadeeld, onder de voorwaarde dat bij de melding aan de werkgever, een bevoegde autoriteit of een bestuursorgaan, dienst of andere bevoegde instantie als bedoeld in artikel 2j, de melder redelijke gronden heeft om aan te nemen dat de gemelde informatie over het vermoeden van een misstand op het moment van de melding juist is.
Hoofdstuk 2a
Artikel 17e Wet bescherming klokkenluiders
Onderdeel van Wet bescherming klokkenluiders· Staats- en bestuursrecht
Deze tekst geldt sinds 18 februari 2023
Bewaren kan ook zonder account
Verwijzingen
Houd art. 17e bij de hand
Met een gratis account kun je dit artikel bewaren, tekst markeren en jezelf overhoren. Dat werkt op je laptop en op je telefoon.
- Geen reclame
- Je markeringen blijven van jou
- Werkt op je telefoon