Naar hoofdinhoud

Paragraaf 4

Artikel 4.3

Verantwoording

Onderdeel van Deelregeling Cultuureducatie met Kwaliteit in het primair onderwijs Fonds voor Cultuurparticipatie 2017–2020· Cultureel recht

Deze tekst geldt sinds 7 mei 2016

1. De penvoerder stuurt jaarlijks voor 1 juni een financiële verantwoording in van de uitgevoerde activiteiten in het vorige kalenderjaar. 2. De financiële verantwoording sluit aan op de ingediende begroting en gaat vergezeld van een verklaring omtrent de getrouwheid en de rechtmatigheid, afgegeven door een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek. De verklaring dient te zijn opgesteld overeenkomstig een door het bestuur vast te stellen protocol. Titel 9 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, met uitzondering van de afdelingen 1, 7, 11, 12, 14 en 15, is van toepassing op de financiële verantwoording, met dien verstande dat de winst- en verliesrekening wordt vervangen door een exploitatierekening. 3. Het bestuur stelt nadere voorwaarden aan de inrichting van de verantwoording. 4. De penvoerder draagt er zorg voor dat de accountant meewerkt aan onderzoeken naar de door hem verrichte (controle)werkzaamheden door een door het bestuur aan te wijzen partij. De daaraan verbonden kosten van de penvoerder komen voor zijn rekening.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel