**1.** Binnen de gebieden genoemd in artikel 4 heeft een potentiële aangeslotene recht op een aansluiting, als bedoeld in artikel 10, zesde lid van de Gaswet, op het regionale gastransportnet.
**2.** In afwijking van het eerste lid heeft een kleinverbruiker geen recht op een aansluiting indien de aan te sluiten gasinstallatie zich bevindt in een gebied buiten de bebouwde kom, indien de equivalente netlengte van het nieuw aan te leggen gastransportnet groter is dan de acceptabele netlengte daarvan, waarbij onder ‘bebouwde kom' wordt verstaan de door de gemeenteraad vastgestelde bebouwde kom op basis van de Wegenverkeerswet.
**3.** De netbeheerder bepaalt de acceptabele netlengte van het nieuw aan te leggen net, bedoeld in het tweede lid, door voor alle potentiële aansluitingen de rekencapaciteit bedoeld in artikel 2.22, tweede lid van de Tarievencode gas op te tellen en te vermenigvuldigen met 15. Daarbij kiest de netbeheerder het gebied ter bepaling van ‘alle potentiële aangeslotenen' zo dat dat leidt tot de voor de aangeslotene meest gunstige uitkomst.
**4.** De equivalente netlengte, bedoeld in het tweede lid, is gelijk aan de kortst mogelijke route van het bestaande net tot de nieuw te realiseren aansluiting, gemeten langs bestaande of geplande wegen, exclusief de lengte van de aansluitleidingen, gecorrigeerd voor de aard van het te doorkruisen terrein en zo nodig voor benodigde reduceerstations.
**5.** De netbeheerder corrigeert de equivalente netlengte voor de aard van het terrein, bedoeld in het vierde lid, door de betreffende leidinglengte te vermenigvuldigen:
met 1 voor zover het door open terrein gaat;
met 2,5 voor zover het door gesloten terrein met tegels gaat;
met 7 voor zover het door gesloten terrein met asfalt gaat;
met 3 voor zover het een watergang kruist;
met 10 voor zover het een spoor- of snelweg kruist.
**6.** Indien een reduceerstation benodigd is, corrigeert de netbeheerder de equivalente netlengte, bedoeld in het vierde lid, door:
130 meter bij de netlengte op te tellen, indien het benodigde reduceerstation een capaciteit moet hebben van 40 m3 per uur ten behoeve van enkele kleinverbruikers.
600 meter bij de netlengte op te tellen, indien het benodigde reduceerstation een capaciteit moet hebben van 2.500 m3 per uur ten behoeve van meer kleinverbruikers.
Artikel 5
Het recht op aansluiting op een regionaal gastransportnet
Onderdeel van Gebiedsindelingscode gas· Contracten, schade en aansprakelijkheid
Deze tekst geldt sinds 1 januari 2020