Bij een invoeder met een aansluiting met een capaciteit groter dan 40 m³(n)/uur waarvan het gas conform B5.6.9 van de Allocatiecode gas aan de (erkende programmaverantwoordelijke van) de invoeder toegerekend dient te worden met de werkelijke gemeten calorische waarde van het ingevoede gas, verzamelt de meetverantwoordelijke de gegevens die conform 5a.6 van de Meetcode gas RNB zijn vastgesteld.
Hoofdstuk 6 › Paragraaf 6.4 › Subparagraaf 6.4.1
Artikel 6.4.1.10
Artikel 6.4.1.10
Onderdeel van Informatiecode elektriciteit en gas· Contracten, schade en aansprakelijkheid
Deze tekst geldt sinds 1 april 2017