Indien een turbine- of een ultrasone-gasmeter wordt toegepast, dient de temperatuuropnemer voor het vaststellen van de temperatuur t geplaatst te zijn in een zogenaamde “meet- en impulsring” achter de gasmeter, ofwel direct achter de gasmeter, waarbij de maximale afstand tussen uitlaatflens van de gasmeter en de temperatuuropnemer 0,5 m bedraagt.
Indien een rotorgasmeter wordt toegepast dient de meet- en impulsring zich aan de inlaatzijde van de rotormeter te bevinden.
De temperatuuropnemer dient te voldoen aan de eisen gesteld in NEN EN 12405-1:2005 en annex A2:2010.
Hoofdstuk 2 › Paragraaf 2.4
Artikel 2.4.3
Artikel 2.4.3
Onderdeel van Meetcode gas LNB meting door aangeslotene· Contracten, schade en aansprakelijkheid
Deze tekst geldt sinds 12 mei 2016