Naar hoofdinhoud

§ 3

Artikel 10

Artikel 10

Onderdeel van IJkregeling BES· Ondernemingspraktijk

Deze tekst geldt sinds 1 januari 2017

Een automatisch weeginstrument voldoet na ingebruikname aan de toepasselijke essentiële eisen van bijlage VIII MI-006 van de richtlijn meetinstrumenten, met dien verstande dat: voor automatische vangwegers: de in hoofdstuk II, onderdeel 4.1, de opgenomen gemiddelde fout voor categorie X telkens met een factor 2 wordt vermenigvuldigd; in plaats van de in onderdeel 4.1 opgenomen maximaal toelaatbare fout van ± 1 e, ± 1,5 e en ± 2 e voor categorie Y een maximaal toelaatbare fout geldt van respectievelijk ± 1,5 e, ± 2,5 e en ± 3,5 e; in plaats van de in onderdeel 4.2 opgenomen tabel inzake standaarddeviatie, de volgende tabel van toepassing is: Nettolast m Maximaal toelaatbare standaarddeviatie voor klasse X m ≤ 50g 0,6% 50 g < m ≤ 100 g 0,3 g 100 g < m ≤ 200 g 0,3% 200 g < m ≤ 300 g 0,6 g 300 g < m ≤ 500 g 0,2% 500 g < m ≤ 1.000 g 1,0 g 1.000 g < m ≤ 10.000 g 0,1% 10.000 g < m ≤ 15.000 g 10 g 15.000 g < m 0,067% voor automatische weegmachines voor afwegen: in hoofdstuk III, onderdeel 2.2, tabel 5, de opgenomen maximaal toelaatbare afwijking van elke vulling van het gemiddelde voor klasse X (1) telkens met een factor 1,25 wordt vermenigvuldigd; bij de berekening van de instelfout, bedoeld in hoofdstuk III, onderdeel 2.3, uitgegaan wordt van het in hoofdstuk III, onderdeel 2.2, tabel 5, vermelde percentage, zonder toepassing van de hiervoor in onderdeel b, eerste gedachtenstreepje, vermelde vermenigvuldigingsfactor; voor discontinue totalisators van hoofdstuk IV, onderdeel 2, tabel 6, de opgenomen maximaal toelaatbare fout van de getotaliseerde last telkens met een factor 2 wordt vermenigvuldigd; voor continue totalisators van hoofdstuk V, onderdeel 3, tabel 8, opgenomen maximaal toelaatbare fout voor de totale last telkens met een factor 2 wordt vermenigvuldigd.

Rechtspraak bij dit artikel