**1.** Middelen van instellingen die tijdelijk overtollig zijn kunnen in een belegging worden uitgezet.
**2.** De periode van het beleggen door instellingen is eindig en de belegging wordt op een vooraf vastgestelde einddatum terugontvangen.
**3.** De hoofdsom van de belegging wordt door de financiële onderneming, bedoeld in artikel 4 gegarandeerd. In geval van koerswijzigingen op de belegging kan hier, met instemming van de interne toezichthouder, van af worden geweken.
**4.** Instellingen mogen beleggen in staatsobligaties van lidstaten, mits deze lidstaten aan de ratingeisen, genoemd in artikel 4, eerste lid, voldoen.
**5.** Instellingen beleggen niet in:
achtergestelde spaarrekeningen en achtergestelde deposito’s;
aandelen of vergelijkbare producten, tenzij deze van toepassing zijn voor de uitvoering van de wettelijke taak van de instelling.
**6.** Beleggingen worden conform het treasurystatuut afgesloten en vooraf ter kennisname aan de interne toezichthouder gestuurd.
§ 3
Artikel 6
Beleggingen
Onderdeel van Regeling beleggen, lenen en derivaten OCW 2016· Onderwijsrecht
Deze tekst geldt sinds 1 juli 2018