De Minister kan ambtshalve een archeologisch monument aanwijzen als rijksmonument, indien
het archeologisch monument naar verwachting niet in aanmerking komt voor bescherming in het kader van een aanwijzingsprogramma of verbeterprogramma en het archeologisch monument:
vanwege zijn schoonheid, betekenis voor de wetenschap of cultuurhistorische waarde van evident algemeen belang is,
op nationaal of internationaal niveau een mijlpaal voor de archeologie is, en
naar het oordeel van de Minister een essentiële aanvulling op het rijksmonumentenbestand vormt en daarvoor van onmiskenbare meerwaarde is.
Paragraaf 4
Artikel 12
Criteria incidentele aanwijzing van archeologische monumenten
Onderdeel van Beleidsregel aanwijzing rijksmonumenten en wijziging rijksmonumentenregister Erfgoedwet· Cultureel recht
Deze tekst geldt sinds 30 juni 2016