Dit artikel is gedeeltelijk in werking getreden in verband met de invoering van digitaal procederen. Zie voor de procedures en gerechten waarvoor digitaal procederen geldt het Overzicht gefaseerde inwerkingtreding op www.rijksoverheid.nl/KEI.
Wijzigt het Burgerlijk Wetboek Boek 2.
Onderdelen A tot en met F, H tot en met L, M, eerste en tweede
onderdeel, O, P en Q.
De onderdelen H, eerste onderdeel en J treden uitsluitend in
werking zover het betreft vorderingsprocedures bij de rechtbanken
Gelderland en Midden-Nederland, waarin partijen niet in persoon
kunnen procederen en met uitzondering van procedures die worden
ingesteld op grond van de artikelen 254, 438, tweede tot en met
vijfde lid, 486, eerste lid, 613, 642q, 771 van het Wetboek van
Burgerlijke Rechtsvordering, artikel 27 van Boek 3 van het
Burgerlijk Wetboek, artikel 122 van de Faillissementswet en de Onteigeningswet. De onderdelen H, eerste onderdeel en J treden eveneens in werking
voor vorderingsprocedures bij de Hoge Raad.
Hoofdstuk 1
Artikel III
Artikel III
Onderdeel van Invoeringswet vereenvoudiging en digitalisering procesrecht· Procesrecht
Deze tekst geldt sinds 1 september 2017