Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1

Artikel III

Artikel III

Onderdeel van Invoeringswet vereenvoudiging en digitalisering procesrecht· Procesrecht

Deze tekst geldt sinds 1 september 2017

Dit artikel is gedeeltelijk in werking getreden in verband met de invoering van digitaal procederen. Zie voor de procedures en gerechten waarvoor digitaal procederen geldt het Overzicht gefaseerde inwerkingtreding op www.rijksoverheid.nl/KEI. Wijzigt het Burgerlijk Wetboek Boek 2. Onderdelen A tot en met F, H tot en met L, M, eerste en tweede onderdeel, O, P en Q. De onderdelen H, eerste onderdeel en J treden uitsluitend in werking zover het betreft vorderingsprocedures bij de rechtbanken Gelderland en Midden-Nederland, waarin partijen niet in persoon kunnen procederen en met uitzondering van procedures die worden ingesteld op grond van de artikelen 254, 438, tweede tot en met vijfde lid, 486, eerste lid, 613, 642q, 771 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, artikel 27 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek, artikel 122 van de Faillissementswet en de Onteigeningswet. De onderdelen H, eerste onderdeel en J treden eveneens in werking voor vorderingsprocedures bij de Hoge Raad.

Rechtspraak bij dit artikel