Dit artikel is gedeeltelijk in werking getreden in verband met de invoering van digitaal procederen. Zie voor de procedures en gerechten waarvoor digitaal procederen geldt het Overzicht gefaseerde inwerkingtreding op www.rijksoverheid.nl/KEI.
Wijzigt de Verenwet.
De onderdelen B, C, E, H, J treden uitsluitend in werking zover
het betreft vorderingsprocedures bij de rechtbanken Gelderland en
Midden-Nederland, waarin partijen niet in persoon kunnen procederen
en met uitzondering van procedures die worden ingesteld op grond van
de artikelen 254, 438, tweede tot en met vijfde lid, 486, eerste
lid, 613, 642q, 771 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering,
artikel 27 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek, artikel 122 van de
Faillissementswet en de Onteigeningswet. De onderdelen B, C, E, H, J treden eveneens in werking voor
vorderingsprocedures bij de Hoge Raad.
Hoofdstuk 7
Artikel LXXIV
Artikel LXXIV
Onderdeel van Invoeringswet vereenvoudiging en digitalisering procesrecht· Procesrecht
Deze tekst geldt sinds 1 september 2017