Dit artikel is in werking getreden in verband met de invoering van digitaal procederen. Zie voor de procedures en gerechten waarvoor digitaal procederen geldt het Overzicht gefaseerde inwerkingtreding op www.rijksoverheid.nl/KEI.
Ingetrokken worden:
dit onderdeel is nog niet in werking getreden;
Het Besluit elektronische indiening dagvaarding;
Het Besluit elektronisch verkeer met de bestuursrechter.
Onderdeel 2 treedt voor zover het betreft vorderingsprocedures bij
de Hoge Raad in werking op 1 maart 2017. Onderdeel 2 treedt voor zover het betreft vorderingsprocedures bij
de rechtbanken Gelderland en Midden-Nederland, waarin partijen niet
in persoon kunnen procederen en met uitzondering van procedures die
worden ingesteld op grond van de artikelen 254, 438, tweede tot en
met vijfde lid, 486, eerste lid, 613, 642q, 771 van het Wetboek van
Burgerlijke Rechtsvordering, artikel 27 van Boek 3 van het
Burgerlijk Wetboek, artikel 122 van de Faillissementswet en de
Onteigeningswet, in werking op 1 september 2017. Onderdeel 3 treedt voor het beroep in eerste aanleg bij de
rechtbank voor zover het betreft zaken als bedoeld in de artikelen
79, 93, 94 en 96 van de Vreemdelingenwet 2000, en zaken waarin
beroep is ingesteld tegen besluiten als bedoeld in artikel 50,
eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000, in werking op 12 juni 2017
(Stb. 2017/174).
Artikel X
Artikel X
Onderdeel van Aanpassingsbesluit vereenvoudiging en digitalisering procesrecht· Procesrecht
Deze tekst geldt sinds 1 maart 2017