De vrijstelling geldt voor organisaties van werkgevers, werknemers, en andere ondernemers (zoals vrije beroepsbeoefenaren), die ten doel hebben de collectieve belangen van hun leden te behartigen. Bij collectieve belangenbehartiging gaat het om het vertegenwoordigen van de leden tijdens onderhandelingen met derden (HvJ 12 november 1998, zaak C-149/97 (Motor Industry). Te denken valt aan CAO-onderhandelingen tussen werkgevers- en werknemersorganisaties, aan overleg in advies- en overlegorganen zoals de SER en de Stichting van de Arbeid en aan overleg dat lokale ondernemersverenigingen voeren met gemeenten. Dit houdt ook in dat de vrijstelling niet van toepassing is op diensten verricht aan individuele leden, zoals bedrijfseconomische adviezen, secretariaatswerkzaamheden of het uitlenen van personeel. Deze diensten zijn belast, ook als zij worden gefinancierd via de contributie.
Artikel 3
Reikwijdte vrijstelling
Onderdeel van Omzetbelasting, vrijstelling; diensten en nauw daarmee samenhangende leveringen door werkgevers- en werknemersorganisaties aan hun leden tegen statutair vastgestelde contributie· Belastingrecht
Deze tekst geldt sinds 23 juli 2016