In deze wet wordt verstaan onder:
Vreemdeling: ieder die de Nederlandse nationaliteit niet bezit en niet op grond van een wettelijke bepaling als Nederlander moet worden behandeld;
Nederland: het land Nederland, met uitzondering van de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba;
Landen: de landen Curaçao, Aruba en Sint Maarten;
Openbare lichamen: de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba;
Visum voor de toegang tot de landen en de openbare lichamen: beslissing van de bevoegde autoriteit dat op het moment van afgifte geen bezwaar bestaat tegen de toegang tot de landen en openbare lichamen;
Bevoegde autoriteit:
wat betreft de openbare lichamen: Onze Minister van Buitenlandse Zaken;
wat betreft de landen: de Minister van het desbetreffende land wie het aangaat;
Geldigheidsduur van een visum: het tijdvak waarbinnen na afgifte van een visum daarvan gebruik kan worden gemaakt voor het verkrijgen van toegang;
Verblijfstermijn: de maximale duur van het geoorloofd verblijf op grond van artikel 5, eerste lid;
Landsregelgeving:
wat betreft de openbare lichamen: regeling van Onze Minister van Buitenlandse Zaken;
wat betreft de landen: algemeen verbindende voorschriften, vastgesteld door het daartoe bevoegde orgaan van het desbetreffende land.
Hoofdstuk I
Artikel 1
Artikel 1
Onderdeel van Rijksvisumwet· Migratierecht
Deze tekst geldt sinds 1 juli 2018