**1.** Indien voor een gereglementeerd beroep een Europese beroepskaart is ingevoerd, kan de migrerende beroepsbeoefenaar die toegang tot of uitoefening van het betrokken beroep in Nederland wenst, een aanvraag voor een Europese beroepskaart voor het betrokken beroep indienen bij de bevoegde autoriteit in een andere betrokken staat op grond van artikel 4 ter en 4 quinquies van de richtlijn.
**2.** Onze minister die het aangaat beslist op de aanvraag, bedoeld in het eerste lid, nadat deze door de bevoegde autoriteit van de andere betrokken staat aan Onze minister die het aangaat is toegezonden.
**3.** Onze minister die het aangaat behandelt de aanvraag, bedoeld in het eerste lid, overeenkomstig een aanvraag voor erkenning van beroepskwalificaties als bedoeld in hoofdstuk 2 van de wet, met uitzondering van artikel 13 van de wet en met dien verstande dat in plaats van de procedure van artikel 19 van de wet, artikel 3 van toepassing is.
**4.** Indien Onze minister die het aangaat kennis neemt van de indiening in een andere betrokken staat van een aanvraag als bedoeld in het eerste lid, en de aanvrager tevens op grond van hoofdstuk 2 van de wet een aanvraag voor erkenning van beroepskwalificaties inzake hetzelfde gereglementeerde beroep heeft ingediend bij Onze minister die het aangaat, besluit Onze minister die het aangaat laatstgenoemde aanvraag niet te behandelen dan wel buiten behandeling te stellen.
Hoofdstuk 2 › Titel 2.1 › Afdeling 2.1.1
Artikel 2
Aanvraag inkomend vestiger
Onderdeel van Algemeen besluit erkenning EU-beroepskwalificaties· Onderwijsrecht
Deze tekst geldt sinds 11 oktober 2016